dollytill

Verleden en heden


Een reactie plaatsen

kerst blues

Sinterklaas is alweer vergeten. Nu de Kerst nog.
Ik kan maar geen verklaring vinden voor het feit dat ik deze feesten zo hartgrondig haat, maar dat doe ik dus. En niemand begrijpt het natuurlijk.

“Maar het is zo gezellig” roept 80 procent van de mensen die je spreekt, waarna je een uitgebreid verhaal krijgt over wat er gegeten gaat worden en hoe ze dat allemaal gaan aanpakken. “Ja, je moet wel hè” neuzelt de overige 20%. Van wie moet dat dan? vraag ik me af.
De tijdschriften roepen ons  vanaf de omslag toe dat het Grote Feestelijke Genieten is begonnen. De recepten met exotische en incourante vleessoorten vliegen je om de oren evenals must-do visgerechten, uitheems pluimvee, hertenbouten, wild zwijn op een bedje van pruimen of zoiets en dan natuurlijk ook  prachtige dessert-ideeën.

De T.V. haalt oude kerstfilms uit de kast en in de winkels kwelen kinderkoortjes dat Christus is geboren.
De jaar-in jaar-uit grijsgedraaide liedjes met lange bibberende uithalen klinken alsof ze met een draadje uit de kinderstrotjes worden getrokken.

Er moeten nog mensen zijn die mijn antipathie delen, maar die maken helaas geen deel uit van mijn kennissenkring, familie of buurtgenoten.
Dus met een mening als de mijne ben je in zo’n omgeving niet alleen een roepende in de woestijn maar ook nog een malloot.

Hele volksstammen liggen met elkaar in de clinch deze dagen. Alleen al over de vraag wie wat bij wie en waar viert.
Maar kerst moet gevierd worden. Hoe dan ook!
Het feit dat je massaal moet eten, drinken en vrolijk zijn omdat het zo gezellig is én omdat iedereen het doet, geeft mij meer de indruk dat we een kudde schapen zijn, geleefd en geleid door onze omgeving maar ook, en misschien wel in het bijzonder, door de commercie. We denken dat we aan een soort verplichting moeten voldoen.
Kerstkaarten sturen. Kerstkaarten ontvangen.
De mailbox van de computer braakt iedere dag lieve kerstgroeten en e-cards uit  en ik en stel het erg op prijs dat ik niet vergeten word, maar wat me tegen staat is het verplichte karakter van dit alles.
De enigen die hier echt blij van worden zijn de supermarkten, de postorderbedrijven, de post, de kaartenverkopers, de parfumerieën, de warenhuizen enz. enz. enz.
De rest van de mensen, die aanvankelijk vertelden “zo’n zin” te hebben in die knusse feestdagen, spreek je na 1 januari: de onvermijdelijke kater, kilo’s zwaarder en honderden euro’s lichter en met een beetje pech ook nog een burn out. Een echte. Gevolg van dagenlang kokkerellen.

En laten dat nu de eersten zijn die je komen vertellen dat ze blij zijn dat alles achter de rug is!

Vrede op Aarde en de beste wensen.
Of is het Vreten op Aarde ?

Eerst nog even Oud en Nieuw vieren en dan gaan we met z’n allen op dieet. dieet2

 

Advertenties


Een reactie plaatsen

BUS SEVENTY-THREE

Het is rond half elf in de avond, het waait hard en het regent. De lantaarnpalen op het verlaten parkeerterrein bewegen een beetje door de harde wind en het licht schijnt troebel door de regendruppels heen. Kortom een avond om snel naar huis te rennen. Ik ben net uit de trein gestapt.2014-10-24 21.47.24 In de omgeving van dit stationnetje is helemaal niets. Nada. Als je hier niet bekend bent kom je, zeker in het donker, nergens terecht. Er loopt een tweebaansweg langs het station maar als je die al zou willen oversteken eindig je in het struikgewas of in een greppel dus je moet via het fietspad een willekeurige richting uitlopen om uiteindelijk ergens te kunnen oversteken naar een woonwijk. Aanwijzingen voor de willekeurige bezoeker/toerist zijn er niet. Mijn auto staat eenzaam op het parkeerterrein en pas nadat ik gestart heb bedenk ik dat ik ben vergeten uit te checken. Motor uit. Terug naar de stempelautomaat.

Bus 73

Ineens zie ik iemand uit het donker opdoemen. Een man. Een grote tas in de ene hand en met de andere houdt hij een plastic zakje tegen zijn borst geklemd. Het is even schrikken.. dat wel. Hij stamelt iets maar ik versta er geen woord van. Dan komt het eruit: “bus seventy three ?” Hè? Bus 73? Er kómt hier helemaal geen bus. Maar er is wél een bushalte. Met een groot bord waarop aankomst- en vertrektijden staan vermeld.

De gemeente, of  de vervoersmaatschappij, heeft deze mensvriendelijke beslissing ooit genomen in een vlaag van verstandsverbijstering, veroorzaakt door blind enthousiasme over het feit dat er een nieuw “station” gebouwd werd, notabene op 2 km afstand van het vorige. Maar dat was “verouderd” en nu staat er een constructie die iets weg heeft van een kegelbaan, maar dan zonder de buitenmuren. Kortom een tochtige goot die weinig bescherming biedt tegen wind en regen.

En daar sta je dan: in the middle of nowhere bij Emmens trots: “Het Nieuwe Station Van Zuid”, op een lege parkeerplaats, in het donker en met een wildvreemde man. Zijn wanhoop, vermoeidheid en argwaan zijn bijna tastbaar. Ik kan zijn gezicht amper zien.

Op de vraag of hij Engels spreekt krijg ik alleen maar “ bus seventy-three” als antwoord. Ik doe nog een paar pogingen maar hij spreekt geen enkele, voor mij herkenbare taal. Uiteindelijk komt er een antwoord: “no English. Arabic.” Nee, Arabisch versta ik niet. Dit wordt moeilijk. 2014-10-24 21.50.59 (2) Samen lopen we naar die ene bushalte. Vaag herinner ik me nu ooit in een jubelend propaganda-artikel te hebben gelezen dat dit nieuwe station over een zogenaamde belbus-halte beschikt. Dus in plaats van een treintaxi krijg je nu een hele bus. Dan is dit die belbus-halte zeker?  Er staat nergens een telefoonnummer.

Volgende poging: “do you have an address? Where are you going?” Nu komt er een verfrommeld papiertje uit de plastic zak én een uitgeprinte reisplanner van de N.S. Hij moet in Emmen Zuid uitstappen en dan de reis vervolgen met bus 73. Hij strijkt het verfrommelde papiertje glad en laat me de tekst zien. Daar moet hij heen. De tekst is in Arabische letters. Dat schiet niet op. Hij leest voor wat er op staat :  Musselkanaal. Aha! Dit is Emmen Zuid. Musselkanaal ligt zo’n 30 km verderop in Groningen. Hij staat bij het verkeerde station.

Ik laat hem in de auto stappen. Hij zit naast me met zijn hele hebben en houden op schoot, het plastic zakje tegen zijn borst geklemd. De wanhoop hangt als een donkere wolk om hem heen. En misschien ook angst? Ik rij met hem naar het station in het Centrum en ja hoor, daar hebben we een busstation waar ook bus 73 een vertrekplaats heeft.

Hij haalt hoorbaar opgelucht adem als ik aanwijs waar hij moet zijn, stapt uit, maakt minstens tien buigingen en ik zie hem naar de aangewezen plek lopen.

Onderweg naar huis zit ik me op te winden. Ik stel me voor hoe het moet zijn als je in een vreemd land, waar je niemand verstaat en niets begrijpt in een trein wordt gezet zonder te weten waar je heen gaat. Ik weet niet waar hij op de trein is gestapt of gezet, maar aangezien hij een treinkaartje en een uitgeprinte reisplanner had, moet hij door een Nederlandse organisatie zijn geholpen. Dus waarom geef je zo’n man niet een duidelijk, in het Nederlands geschreven briefje mee waarmee hij uit de voeten kan. Waarin staat hoe hij heet, waar hij naartoe moet en dat hij de taal niet spreekt. Zeker in deze tijd. Een buitenlander wordt al gauw voor terrorist aangezien.

En hoe lang heeft hij hier al op de bus staan wachten? Heeft hij andere mensen proberen te benaderen? Zijn die gillend weggevlucht? Emmen is geen metropool. Maar er zijn wel twee stations en dat staat vrij duidelijk aangegeven op de N.S. website.

De betreffende hulporganisatie zou misschien even verder moeten kijken op welk station zo iemand moet uitstappen om de gewenste bus te kunnen pakken, zeker als de persoon naar het een of andere godvergeten gat wordt gestuurd. Thuis heb ik het voor de zekerheid nog even nagekeken. Er is een Asielzoekers Centrum in Musselkanaal en bus 73 stopt daar.

Gelukkig..


Een reactie plaatsen

De twee zwervers van de Amsterdamse wallen

DE AMSTERDAMSE WALLEN.

Juni 2004.

Er zit een kat opgesloten in een appartement op de Wallen. De bewoner is met de noorderzon vertrokken. “Ondergedoken” zeggen ze in de kroeg. Ruzie gemaakt  met de verkeerde mensen.  De dames van de “ramen” beneden schuiven plakjes ham onder de deur door, maar het miauwen houdt niet op. Mijn dochter en haar vriend horen dit verhaal en als de politie uiteindelijk de deur openbreekt adopteren zij het katje. De dames van beneden weten te vertellen dat het een katertje is en Nelson heet. Hij is ongeveer twee maanden oud, helemaal zwart met uitzondering van een wit plekje in zijn halsje. Nelson gaat op kamers wonen bij mijn dochter en haar vriend. Ook hier is geen tuin of plekje om naar buiten te gaan maar er is wel een plat dak. Het is zomer. Nelson is speels en happy en hij klimt af en toe, net als zijn adoptieouders, via een laddertje het platte dak op.

Het huis staat in hartje Amsterdam; een oud grachtenhuis dat los van het buurhuis staat maar door verzakking enigszins tegen zijn buurman is gaan aanleunen. De baasjes hebben besloten dat Nelson een andere naam moet hebben en hij wordt omgedoopt tot Meneer Nilsson, naar het aapje van Pippi Langkous.

En dan is Meneer Nilsson opeens verdwenen. Via de voordeur kan hij niet ontsnapt zijn. Dat is uitgesloten.  Maar waar is hij dan?  Iedereen helpt zoeken. Geen Meneer Nilsson. Er  blijft  niets anders over dan te concluderen dat hij van het dak is gevallen. Maar niemand heeft een kat – dood of levend – op straat gezien. De spleet tussen de twee huizen wordt – voor zover dat mogelijk is – onderzocht door met zaklantaarns in de donkere diepte te schijnen. Niets te zien. Niets te horen. Waar is hij? Wat kan er gebeurd zijn? Leeft hij nog? De omgeving wordt volgeplakt met aanplakbiljetten en de foto van Meneer Nilsson. Hebt u hem gezien? Er gaan weken voorbij en er wordt regelmatig aangebeld. Aangezien je niet gauw drie trappen naar beneden rent om de deur open te maken, steek je je hoofd buiten het raam en het gebeurt zeker vier keer per week dat er iemand beneden staat en een zwarte kat omhoog houdt: “Is dit hem “? Bij nadere inspectie blijkt het Meneer Nilsson niet te zijn. De moedeloosheid slaat toe..

DE ZWARTE ZWERVER.

Opvallend is dat dezelfde zwarte kater intussen al zes keer is aangeboden. Wat moet je daar nou mee? Ook zielig, loopt dat beest nou nóg te zwerven? De kater wordt geadopteerd. Meneer Nilsson zal wel dood zijn. Of hopelijk een nieuw tehuis hebben. Er worden nieuwe pamfletten aangeplakt om erachter te komen wie deze nieuwe zwarte kater mist.BLACK CATS Niemand reageert.. De andere huisbewoners, waaronder twee Spaanse studentes, mogen een naam kiezen en de nieuwe kater wordt Pepe gedoopt.

Het leven neemt weer zijn normale gang en Pepe past zich prima aan. Dan loopt mijn dochters’ vriend op een dag van zijn werk naar huis en ontwaart een zielig, zwart-met- wit befje, broodmager katje. Nee hè? Dat kan Meneer Nilsson toch niet zijn? Of toch wel? Het is Meneer Nilsson. Een en al zieligheid. Hij heeft maanden rondgezworven en hij mist tanden, hij mist nagels, heeft een litteken op zijn kop en hij stinkt. Maar hij herkent zijn vroegere baasjes.

De kennismaking met Pepe verloopt niet echt soepel. De eerste nacht verandert het huis in een slagveld. De twee katten hebben ruzie en aangezien de meningen uiteen lopen over de vraag hoe de katten aan elkaar te laten wennen zijn de baasjes ook kwaad op elkaar. De volgende dag lijkt de rust langzaam weer te keren. De katten lopen nog een paar dagen met een bocht om elkaar heen en dan is het over.

Meneer Nilsson neemt het niet zo nauw met zijn persoonlijke hygiëne. Pepe houdt van proper dus likt hij Meneer Nilsson af en toe grondig schoon. Het lijkt erop dat de katten een soort deal hebben gesloten in de trant van: “Als jij mij schoon likt, doe ik het jatwerk.” Pepe is twee maal zo groot als Meneer Nilsson maar ook twee keer zo lui. Meneer Nilsson springt soepel op het aanrecht of in een openstaand keukenkastje, duwt doosjes kattensnoepjes of een pak theezakjes naar beneden en samen genieten ze van het resultaat.download Aan de zogenaamde “Goede nachtrust thee” schijnt een onweerstaanbaar geurtje te zitten. Het gebeurt regelmatig dat ’s morgens de twee met theeblaadjes bedekte daders worden aangetroffen tussen opengereten theezakjes, thee en kattensnoepjes omdat de baasjes weer eens verzuimd hebben de kastjes dicht te doen.

ONTSNAPPING.

Dochter en vriend krijgen vinden een nieuwe woning en dus moet er verhuisd worden. Het appartement op 5-hoog grenst aan een galerij. De katten glippen wel eens naar buiten maar zolang de toegangsdeur naar het trappenhuis gesloten blijft is er niets aan de hand. Totdat iemand de deur per ongeluk laat open staan. Tegen de tijd dat men dat in de gaten krijgt zijn beide katten natuurlijk allang vertrokken en aangezien er beneden een verhuizing gaande is,  staat de deur naar de straat ook open. Een van de verhuizers heeft een grote zwarte kat op de galerij van de eerste etage gezien. Daar vinden ze Pepe. Hij zit met zijn dikke kont vast in het traliewerk van het galerijhek.  Meneer Nilsson zit twee verdiepingen hoger op de trap. Die hoefde niet zo nodig naar buiten.

DE OPERATIE

Een hond of kat “helpen” heb ik altijd een idiote uitdrukking gevonden. Hoezo “helpen”. Met wat ? De slachtoffers zelf hebben hier waarschijnlijk andere ideeën over. Maar wie ben ik..? Het wordt hoog tijd. De vriend van mijn dochter vindt het maar niks (zóóó zielig !!) maar eens moet het gebeuren. Twee  ongecastreerde katers in een klein appartement is een drama en vooral meneer  Nilsson is de laatste tijd wel erg bezig met het afbakenen van zijn territorium. Er moet toch echt iets gedaan worden. Als vriend niet thuis is worden beide katten in een transportbox gezet. Zolang die box niet in een auto gaat vindt Nilsson het niet al te erg. Zo rijden ze gezellig met zijn drieën op de fiets naar de dierenarts. Als ze beiden onder narcose zijn gebracht blijkt Pepe al gecastreerd te zijn. Twee keer castreren lijkt de dierenarts een overbodige actie dus Pepe mag lekker doorslapen. Nilsson, nu geholpen, is een dagje chagrijnig en sloom maar na een paar dagen wordt zijn normale leven weer hervat.


1 reactie

De twee zwervers van de Amsterdamse wallen (2)

 DE GROTE VERHUIZING.

Mijn dochter krijgt een tijdelijke baan in de Amerika aangeboden. “Mam mogen de katten bij jou zolang?” Ik vind het prima. De katten hebben hier al eerder gelogeerd en het transport van Amsterdam naar mijn huis is altijd dramatisch. Pepe mokt, miauwt en braakt soms onderweg maar Meneer Nilsson is claustrofobisch en wordt hysterisch als we hem in de auto en in de kattenkennel zetten. Uit het eerste (goedkopere) exemplaar wist hij zich in minder dan 20 minuten te bevrijden. We kochten een betere transport box. DSCF3788Die kan hij niet openbreken maar onderweg jammert, poept, plast en braakt hij aan een stuk door. De stank is niet te harden en halverwege moeten we bij een tankstation stoppen om de bak te verschonen en de kat mee naar het toilet te nemen om zijn kont te wassen. Ook deze keer is het niet anders maar eenmaal bij mij thuis gekomen zijn ze supersnel aangepast.

En ja, als je van een Amsterdams bovenhuis komt wil je ook wel graag naar buiten.

Mijn achtertuin grenst aan het water en het ziet er voor deze stadskatten natuurlijk wel erg Want to go out now !spannend uit: vogels, vlinders, eenden, Leuk ! Pepe houdt het allemaal goed in de gaten en intussen verzinnen ze van alles om de deur uit te glippen. Pepe slaagt daar uiteindelijk in. Drie dagen lang is hij spoorloos en dan staat hij ineens weer doodgemoedereerd voor de deur. Hij heeft het nu allemaal wel even gezien en wil eten. Nu meteen graag! Meneer Nilsson is wat voorzichtiger. Ook hem laat ik uiteindelijk gaan. Hij loopt behoedzaam, met hoge poten door de tuin, snuffelt, zet zijn nagels in een boomstam en komt weer terug. Was leuk hoor, lijkt hij te zeggen. Maar ik kijk later nog wel eens.

Pepe houdt niet van kinderachtige spelletjes

Pepe, rustig en bedaard heeft iets aristocratisch. Meneer Nilsson is speels. Hij kan uren achter een prop papier aanrennen terwijl Pepe, die al dit kinderachtig gerollebol niet kan waarderen, misprijzend toekijkt. Meneer Nilsson is gespecialiseerd muizenvanger en Pepe doet vogeltjes. Ondanks zijn grote lijf plukt hij ze zo uit de lucht. Mijn tuin wordt een gevarenzone voor laagvliegende vogels. Beiden komen ze me enthousiast hun buit tonen. Ik weet niet hoeveel vogeltjes ik gered heb. Er zijn er heel wat want Pepe doet het meer om de sport van het vangen dan om het opeten/spelen. Dood vindt hij er niks aan. Meneer Nilsson daarentegen biedt zijn gevangen muizen weinig overlevingskansen.

Pepe verzorgt zijn “broer ”nog dagelijks want diens persoonlijke hygiëne laat nog steeds te wensen over om maar niet te spreken van zijn tafelmanieren. Meneer Nilsson eet nogal vochtig omdat hij tanden mist. Bij zijn etensbak laat hij een puinhoop achter en na het eten moet ook zijn snuit weer worden schoongelikt. Pepe heeft er een dagtaak aan maar ze zijn en blijven dikke vrienden. 2013-07-30 12.45.50 Volgens mij weten niet beter of ze horen hier thuis maar sommige – van hun eerste baasjes meegekregen – gewoontes leren ze nooit meer af. Zoals bijvoorbeeld hun nimmer aflatende hulpvaardigheid bij het uitpakken van boodschappen. De vriend van mijn dochter had de gewoonte alle door hem gedane boodschappen op tafel uit te stallen en ’s avonds op te ruimen als ze beiden thuis waren. Soms zat er ook iets lekkers bij voor de katten. En als kat ga je er dan meteen maar vanuit dat een béetje baas gewoon altijd moet zorgen voor een verrassing. Uitgaande van die gedachte zorgden zij ervoor dat de boodschappen volledig waren uitgepakt tegen de tijd dat dochter en vriend thuiskwamen. Chaos! Zo ook hier. Als ik met boodschappen thuis kom zitten ze meteen bovenop de tafel. “Heb je nog wat voor ons meegebracht?” IMG604Mei 2008 Ze installeren zich op de krant als je zit te lezen, willen alle twee op schoot als er TV wordt gekeken en Pepe gaat graag breeduit op  het toetsenbord van de PC liggen of wil toevallig net in die stoel zitten waar al iemand op zit.

Tuinieren vinden ze ook wel gezellig en kijken vol belangstelling toe. Zij graven uit wat ik net heb geplant en meneer Nilsson helpt vaak bij het voeren van de eenden. Voorzichtig schuift hij stukjes brood naar de rand van de steiger. Pepe kijkt toe. Die vindt al dat gedoe uiterst vermoeiend.

ZIEK

En dan wordt meneer Nilsson ziek. Hij vermagert snel ondanks zijn niet aflatende eetlust. Ook drinkt hij veel. Toch maar even naar de dierenarts. In de transportbox. Drama as usual. Hij spuugt, poept, jammert en blaast want bij de dierenarts is het nooit leuk en dan staan er in de wachtkamer ook nog allemaal honden naar je te staren.

Er wordt bloed afgenomen en de uitslag is niet goed. De diagnose is niet duidelijk maar het lijkt op nierfalen. Ik word naar huis gestuurd met het verzoek ook zijn urine op te vangen en de volgende ochtend laat ik ook dat testen. Wonderlijk genoeg worden daar geen afwijkingen in gevonden en de dierenarts stelt voor Meneer Nilsson zo snel mogelijk op te nemen. Het is misschien een infectie bij zijn nieren en die worden dan gespoeld door middel van een infuus. Vier dagen later mag ik hem ophalen. Hij is 100 gram aangekomen, is zeer te spreken, eet en drinkt goed en de bloedwaarden zijn ook weer normaal. Fantastisch! Pepe staat al voor de deur te wachten en ze zijn duidelijk blij elkaar te zien.

De vreugde duurt niet lang. Dezelfde avond begint meneer Nilsson weer te braken. Eetlust heeft hij wel en hij krijgt natuurlijk de lekkerste hapjes, maar het komt er meteen weer uit. Bank en stoelen en het vloerkleed worden bedekt met plasticfolie want hij spuugt echt overal en ook de medicijnen die hij heeft meegekregen komen er natuurlijk weer uit. Verder ligt hij liefst op zijn kussentje en staart suffig voor zich uit. Wat nu? Ik hoop dat hij misschien toch nog opknapt. Maar hij vermagert weer zienderogen. Op een ochtend zit hij bovenaan de trap en begint weer hevig over te geven. Voor zo’n kleine kat is het nog verbazingwekkend hoeveel er uit komt. Hij kan niet meer op zijn pootjes staan en valt om. Hij is zo mager dat je z’n ribbetjes  voelt zitten en ik kan het niet langer aanzien.

Terug naar de dierenarts. Deze keer zegt Nilsson helemaal niks als hij in zijn gehate transportbox moet. Bijna bij de praktijk aangekomen moet hij weer braken. De dierenarts is geschokt als ze ziet hoe hij in die paar dagen achteruit is gegaan. Er moet iets anders aan de hand zijn, maar wat? Weer opnemen betekent dat ze hem zo ongeveer binnenste buiten moeten keren om erachter te komen wat hij mankeert. Meneer Nilsson is 10 jaar. Hij heeft een gelukkig leven gehad en ik moet de beslissing nemen hem in te laten slapen. Hij wordt op een zacht kussentje gelegd, krijgt zijn spuitje en ik blijf hem over zijn kop aaien. Aan zijn pootjes zit nog wat opgedroogd spuug. De dierenarts zegt dat zijn hartje niet meer klopt. “Is hij nou dood”? vraag ik onnozel.

Iedereen is lief maar dat maakt het alleen maar emotioneler. En dan kom je thuis met je lege transportbox waar Pepe weer voor de deur zit te wachten en schijnt te voelen wat er aan de hand is. En ook hij is verdrietig. .


3 reacties

Kleinkind

Telefoon: Het is mijn jongste dochter. Ze belt nooit. We whatsappen. Of  we Skypen. Als ze ineens belt via een normale telefoon is er wat  aan  de hand.

“Hoi Mam, daar ben ik weer even. Ik moet je wat vertellen.”

Dat klinkt  alsof er iets mis is en ik schiet meteen in de stress.

“Wat is er gebeurd? Is alles goed met je?”

“Nou eh, heu, tja, ik ben zwanger. Net gehoord. Bijna 3 maanden .”

“WAT? Hoe kan dat nou?”  Domme reactie, inderdaad, maar je verwacht een onheilsbericht en dan hoor je dit !

Ik heb twee dochters, geen kleinkinderen en beide dochters wonen ze in het buitenland.  Er was geen prangende kinderwens, maar mocht het gebeuren dan zouden ze er blij mee zijn.

Deze dochter woont in Panama.

We hebben bijna dagelijks contact, maar toch ..

Na de eerste schok, schrik, verwarring  en blijdschap verwerkt te hebben komen de vragen: hoe moet dat nu, wat ga je doen, kom je hier naartoe, blijf je daar voor de bevalling, wat, hoe, wanneer, waar ??

De maanden die volgen zijn spannend. De zwangerschap verloopt zonder problemen en dochter vindt alles leuk en interessant. Ze struint het internet af voor informatie over alles wat er met moeder en kind gebeurt tijdens deze periode. Aan mijn kant van de wereld doe ik net zo hard mee en ik vraag me af waarom wij die informatie vroeger niet hadden. Je kocht een boekje in de trant van : “Wat te verwachten tijdens zwangerschap” en van de verloskundige kreeg je een brochure. Dat was het wel zo’n beetje. En dan wist je nog niks.

Ik krijg ineens grote behoefte ” iets te doen.” Mijn oude naaimachine wordt uitgegraven en afgestoft. Hij doet het nog ! Maar zoekend op internet naar dingen voor de babykamer sla ik op hol. Wat een leuke ideeën ! Geen idee dat dat allemaal bestond en je plukt het zo van het internet. Het resulteert in een luiertas en een opberg-ding voor aan het bedje. Leuk werk.

Als de stofjes worden gekocht heb ik even een probleem. Dochterlief heeft er voor gekozen geen pret-echo te laten maken. Ze wil niet weten of het een jongen of een meisje gaat worden. Het moet een verrassing blijven. Geen roze en lichtblauw dus.

Ik betrap mezelf erop dat ik in kinderwagens loop te gluren en inschattingen probeer te maken van hoe mijn kleinkind eruit komt te zien.

Omdat ik er toch graag bij wil zijn in de laatste periode rond de geboorte, spreken we af dat ik eind februari naar Panama kom. Ze is rond 15 maart uitgerekend en dat geeft ons nog mooi twee weken tijd. Ze wacht wel met de laatste voorbereidingen zegt ze. Na de geboorte blijf ik nog twee maanden. Of haar vriend dat leuk vindt weet ik niet, maar dat kan me niet schelen. (Lieve jongen hoor, maar je weet maar nooit).

Twee dagen voor mijn vertrek belt ze. En ja, als ze opbelt is er  iets aan de hand. “Mam, ik had vandaag controle en ze willen me morgen opnemen om de geboorte in te leiden, het gaat niet goed met de baby”.

Ach nee, laat het niet waar zijn.  Bijna drie weken voor de uitgerekende datum.  De zwangerschap ging vast veel te voorspoedig.. Dat was misschien niet de bedoeling?

Ik kan niet meer normaal denken en ik kan ook niets doen en het enige is: afwachten.

Na een spannende dag, vol whatsapp berichtjes naar de a.s. vader die niet antwoordt,  is daar eindelijk  het verlossende bericht en hij is duidelijk totaal in de bonen: “het is een kind ! Alles is goed gegaan maar ze hebben een  keizersnee moeten doen.”

Huh? Een kind? Ja lijkt me logisch. maar WAT? Jongen of meisje? Is het gezond, hoeveel weegt het, hoe gaat het heten, op wie lijkt het?

De antwoorden komen gelukkig vrij snel daarna. En de eerste foto. Geweldig! Het is een jongen, hij weegt bijna 6 pond en ze noemen hem Francis, vernoemd naar zijn beide opa’s. En na een paar dagen couveuse mag hij met zijn moeder naar huis. 2014 March 1 (12)

Het is een uiterst vreemde gewaarwording alsnog oma te worden. Ik kon me er niets bij voorstellen. Vriendinnen of familieleden die enthousiast hun aanstaande omaschap aankondigden vond ik altijd zwaar overdrijven. “Mens doe éven normaal zeg”, dacht ik dan, “stel je niet aan”.

Ik heb mijn mening moeten bijstellen

.


Een reactie plaatsen

BILNAAD

Etentje.

Etentje bij vrienden. Altijd leuk.

Mijn vrienden hebben bedacht dat dit een mooie gelegenheid kan zijn om een kennis, weduwnaar, uit te nodigen en die aan een van onze vriendinnen te “koppelen”. De vriendin weet nog van niets. Misschien klikt het.

Volgens mijn vrienden is de man in kwestie een wat eenzame, aandacht-behoevende, zorg-zoekende oudere man en verder weten ze ook niet veel van hem.

De mystery guest is echter nog niet gearriveerd en we moeten wachten. Geeft niet. We hebben een aperitiefje waar we het mee kunnen uithouden.

Twee aperitiefjes later komt hij eindelijk aanzetten.  Een keurige meneer, ruim 65 plus en niet onaantrekkelijk.  “Sorry, sorry,  ik moest nog even naar de apotheek, lang moeten wachten, toen naar huis om te verkleden en daarna file op weg hiernaartoe.”

Ja, dat kan gebeuren.

Terwijl hij zich voorstelt en iedereen begroet houdt hij zo’n mannentasje onder z’n linkerarm geklemd, die hij, tot we aan tafel gaan onder z’n arm houdt.

De gastvrouw biedt aan de tas even weg te zetten maar de meneer weigert. Hij is diabeet en hij moet zo even prikken.

De gedekte tafel ziet er sfeervol uit. Bloemen, kaarsjes, mooi glaswerk, the works. Prachtig !

De meneer  zet zijn tasje naast het bord en schuift het zorgvuldig gearrangeerde bestek en glazen een eind opzij.

Na het voorgerecht gaat het tasje open en er komt een schriftje tevoorschijn. Dan volgt er een pen en wat attributen die er medisch uitzien. Terwijl hij opsomt waar hij, behalve de suikerziekte, zoal aan lijdt gaat het overhemd omhoog en prikt zichzelf in de harige buik. Dan nog een prikje in de vinger en de resultaten worden omstandig genoteerd in het schriftje.

Tot nu toe hebben wij, zijn tafelgenoten, het beleefd gehouden.  De man wappert met kwalen en ongemakken alsof het trofeeën zijn. We hebben met belangstelling geluisterd naar de inhoud van zijn medisch dossier, zijn verhalen over alle kwaaltjes, de opsomming van alle artsen, therapeuten, tandartsen en specialisten aangehoord en hebben bijpassende en sympathieke opmerkingen en geluidjes gemaakt. Dat wil zeggen: voor zover we de kans kregen.

Maar nu begint de irritatie toe te slaan. Onder het eten notabene. Kon dat prikken niet even op de gang gebeuren?  En gaan we het de hele avond hebben over medicijnen en ziektes?

Het hoofdgerecht is inmiddels opgediend. De gastvrouw heeft zichzelf overtroffen, alles ziet er geweldig uit en smaakt nog beter. De meneer doet een poging zijn klachtenverhaal voort te zetten maar nu zijn we in het stadium beland waarin getracht wordt hem te negeren en het over andere onderwerpen te hebben.

Ook begint een en ander op de lachspieren te werken. Is het de wijn of de situatie?  Waarschijnlijk beide.

We zijn toe aan het nagerecht en terwijl er een feestelijke creatie wordt opgediend en uitgedeeld grijpt hij zijn kans weer: “Weet je, ik heb nog iets: een fistel. Lastig hoor. In mijn bilspleet. Heel vervelend.”

“Wil je er slagroom op?” vraagt de gastvrouw in een poging hem af te leiden.

“Vreselijk gewoon, ik moet mezelf elke avond goed wassen want anders blijft er wat poep tussen zitten.”

“wil je er aardbeien bij en ook chocoladesaus?” vraagt de gastvrouw.

“Poep tussen mijn billen bedoel ik,” zegt de meneer. “Ja lekker, aardbeien graag.

“En morgen moet ik naar de specialist voor mijn apneu. Ik heb heel veel ademstilstanden per nacht. In feite lig ik de halve nacht dood in bed.”

Zucht..

Nu kunnen we ons lachen echt niet meer houden.

Lullig voor de meneer.

Jammer ook dat onze poging om onze vriendin  te koppelen  is mislukt.

Ze ziet hem niet zitten.

Nee. Trouwens wie wel ?


1 reactie

Dikke Mercedes

Image

We moeten nog wachten tot na 5 december om de zwartepieten hysterie te laten wegebben en dan moet er een ander onderwerp worden gevonden waar we diep-analyserende, pseudowetenschappelijke prietpraat over kunnen verkondigen.

Ook de media zullen niet achterblijven. Pauw en Witteman gaan weer keuvelen met deskundigen en De Wereld draait Door zal ook wel een blik wetenschappers willen openen. Tenslotte moeten we ergens over kunnen zeuren. In ons binnenland gebeuren genoeg ernstige zaken die onze volle aandacht behoeven. Wat er verder in de wereld speelt is niet belangrijk genoeg om je over op te winden.

Volgens sommige mensen.

Het volgende prangende onderwerp in onze eigen soapserie heet ” Nederland op z’n smalst” en het gaat over de verkopers van de Daklozenkrant.

Vanaf ongeveer half november zie je ze  weer: mensen die bij supermarkten en in winkelcentra staan en de Daklozenkrant proberen te verkopen. Ik weet niet hoe het er in andere steden aan toe gaat maar hier, en ik zeg niet waar, worden ze genegeerd. Staat er zo’n man of vrouw te kleumen, gewikkeld in sjaals en doeken en in een veel te dun winterjack en we lopen ze fluitend voorbij met onze volgeladen kar.  Ze zijn onzichtbaar. We zijn plotseling blind. En doof.  Er staat er hier een  die altijd vrolijk goedemorgen/middag roept, een hardnekkige optimist, en die wordt niet gehoord. Stel je voor.. zo eng. En dan zo’n buitenlander. Altijd handig als je ze niet verstaat.

Kortgeleden was ik even in het centrum van de stad. Bij V&D op de hoek staat zo’n vrouw van zeker 60 plus met haar pakje kranten. Ze ziet blauw van de kou. Wiebelend van het ene been op het andere, haar voeten steken in sandalen. Haar  voeten en enkels zijn opgezwollen en blauw wat duidelijk te zien is door haar pluizige pantykousjes. De wind is gemeen koud en het miezert ook nog. Wie weet hoe lang ze daar al staat. Geen hond die haar opmerkt. Of wil zien..

Ik hoef geen krant maar een Euro kan er altijd wel af. De gebreide handschoenen die ze draagt zijn transparant van ouderdom en slijtage.  Zo krijg je nooit warme handen natuurlijk.

Een paar uur later kom ik weer langs.  Staat ze er nóg !  Op dezelfde hoek. Vlak tegenover haar plek is een M&S winkel waar rekken buiten staan met truien en vesten. Twee vrouwen staan er in te graaien. Ik hoor de een tegen de ander zeggen: “pas op je tas hoor, kijk eens achter je.”  Ze knikt richting Daklozenkrant-dame.

Ik kan mijn mond niet houden natuurlijk en vraag of ze vaak bestolen zijn door Daklozenkrantverkopers? “Nou,” zegt de jongste, “zal ik  es wat vertellen: straks komt  er een dikke Mercedes en die haalt al die lui op. Het is een Maffia. Heb ik met eigen oren gehoord hoor. Echt !”

Aha.. weer wat geleerd. Voortaan toch eens op alle dikke Mercedessen letten. Die zitten vast vol met geld-tellende daklozen.

Voorlopig geef ik de vrouw demonstratief nog maar wat geld.

Hopelijk om een paar warme handschoenen te kunnen kopen.

Het commentaar van de dames op de achtergrond kan ik  niet verstaan.