dollytill

Verleden en heden


Een reactie plaatsen

FIATJE

Haarlem.
Het stormde heel hard en het was ijskoud.
Dus besloot ik de kinderen met de auto van school te halen.
Ik had een Fiat 127, klein maar dapper.
Ik parkeerde de bolide langs de stoeprand bij school.  Er stond nog een rijtje auto’s voor me.
Ik trok mijn capuchon over mijn hoofd ter bescherming tegen de regen, haalde de sleutels uit het contact en spurtte de school binnen. De kinderen waren gauw gevonden en we renden de school uit.  Maar de plaats waar de auto moest staan was leeg…
De andere auto’s, die voor de mijne stonden waren inmiddels vertrokken.
Het Fiatje had de benen genomen.. Langs de stoeprand sukkelend, voortgeduwd door de wind, zagen we hem richting kruispunt rijden.
We moesten heel hard rennen om hem nog op tijd in te halen. Hij wilde net gaan oversteken…
Advertenties


Een reactie plaatsen

SINTERKLAAS. De traditie van de leugen

SINTERZWIJMEL.

Sinterklaas. Een ‘gezellige’ traditie.

Ik kom nog uit een tijd dat Zwarte Piet als boeman werd afgeschilderd. Eén verkeerde actie en je kon rekenen op een enkele reis Spanje in de zak. In een poging de toorn van Sint en Piet wat af te zwakken zongen we bij de schoorsteen het ene sinterklaaslied na het andere, bijgestaan door onze ouders. Toen de kachel werd ingeruild voor een C.V. zongen we bij de radiator. Ondertussen hopend dat onze streken van het afgelopen jaar nog één keer door de vingers zouden worden gezien. Op school speelde het onderwijzend personeel uiteraard ook heel overtuigend mee. Ik zat op een nonnenschool en ook de nonnen, inclusief de priesters waren zeer geloofwaardig hun rol.

Kinderen die intussen wisten dat Sinterklaas niet bestond moesten hun mond houden, maar op de speelplaats kwamen er wel eens geruchten los. Die je uiteraard niet geloofde. Dat kón toch niet ?? Je onderwijzers, het hoofd van de school, je ouders, je grootouders zouden toch niet liegen ? Dat mocht toch niet.. ..?

Wij moesten nota bene iedere vrijdag verplicht gaan biechten. En liegen was  een van de grote zondes die  hel en vagevuur tot gevolg konden hebben. 

Iedere zaterdagavond mochten we de schoen zetten. En dan ging je met de zenuwen naar bed want stél je voor dat je de beruchte roe in je schoen zou vinden!  Het gebeurde gelukkig nooit en naarmate pakjesavond naderde groeide de hoop dat je misschien toch niet op de nominatie stond om in de zak te verdwijnen dit jaar….

Pakjesavond was altijd een feest. Een surprise met een rijm erbij, de snoeperijen en bovenal de enorme opluchting dat je nog een jaartje bij je ouders mocht blijven.

Tegenwoordig worden Sint en Piet niet meer als wraaklustige figuren afgeschilderd.

Echter, vanaf de dag dat ik me met moeite heb laten overtuigen van het niet-bestaan van Sint en Piet, heb ik me jaarlijks afgevraagd wát in hemelsnaam de reden is dat volwassenen het nodig vinden hun kinderen zo te bedonderen.

Je wordt geacht normen en waarden mee te geven en ‘niet liegen’ is daar een van. En wat doen we? We liegen dat het een lieve lust is in deze tijd. Het is weer begonnen: het Sinterklaasjournaal, de hulpsinterklazen, de hulppieten en alle aanhangende fantasieën.

In deze tijd verandert Nederland in een zwijmelende massa met kleffe verhaaltjes en belachelijke bedenksels over het hele sinterklaasgebeuren.

Je breekt je nek over de ‘hulp’ sinten en –pieten en het laatste nieuws over de Sint wordt voorgeschoteld door presentatoren voor volwassenenprogramma’s die verslag te doen over de vreselijke dingen die de Sint nu weer heeft beleefd op zijn reis naar Nederland.

En dan de hamvraag: als kinderen later te horen krijgen dat het allemaal toneel was, al die jaren dat ze heilig geloofd hebben in die Sint en Piet, waar blijven de opvoeders en al die sinterklaasminnende volwassenen dan met hun verhaaltjes ?  Wat geloof je nog ? Kun je nog wel iemand vertrouwen ? Wat is de waarheid ? Zelfs via de media wordt gelogen: dus wat kun je nog geloven van het nieuws, van een documentaire, ik noem maar wat..

De jaren waarin een kind bewust gelooft in Sint en Piet is nou net de tijd dat ze nog een onwrikbaar vertrouwen hebben in hun opvoeders.  Een vertrouwen dat in de meeste gevallen van de ene dag op de andere teniet wordt gedaan door een onthulling in de trant van : “we hebben je voor de gek gehouden, Sinterklaas bestaat niet”. 

Ik citeer filmmaker Dick Maas, die in november 2010 tijdens het programma DWDD   ondervraagd werd over zijn omstreden film ‘Sint’ :  “Betrouwbare ouders ? Wat zijn nou betrouwbare ouders ? Je hebt het over het enige feest dat ik ken waar ouders hun kinderen 6 tot 7 jaar lang voorliegen”. 

Sinterklaas is een leuke traditie en een gezellig feest. Ik heb het met mijn kinderen altijd  gevierd. Maar ik heb ze van het begin af aan verteld dat het een grapje was van de grote mensen. Van kleins af aan deden ze mee met het maken van surprises, mochten hun schoen zetten en kregen cadeautjes op sinterklaasavond. Hartstikke leuk, heel gezellig en ze wisten dat de cadeautjes van ons kwamen en niet van Sinterklaas.


Een reactie plaatsen

Appelbol in grauwsluier

Appelbollen.. Ik kan er niet omheen.
Als ik in november/december in het winkelcentrum ben moet ik altijd even kijken of er bij de HEMA of V&D appelbollen zijn.
Voor mij geen banket, speculaas en andere winterlekkernijen.  Nee,  een appelbol, dat is het gewoon helemaal.
En dan ook echt alléén bij HEMA of V&D.  Die van de Hema zijn het lekkerst. Ook al zien ze er altijd wat gekneusd uit.
V&D heeft gigantische bollen die er prachtig uitzien maar (soms) nergens naar smaken. Verkeerde appel denk ik. En dat is dan een tegenvaller. Bij duurdere zaken voegen ze er allerlei exotische dingen aan toe die er naar mijn smaak niet in horen. Amandelspijs bijvoorbeeld.. Of amandellikeur. Of kirsch. Getver…
Oké, smaken verschillen maar ik prefereer de klassieker.
Zo kan ik ook vandaag de verleiding niet weerstaan. Ze zien er erg prachtig uit bij La Place.
Aan het tafeltje tegenover mij zit een vrij gezette vrouw van middelbare leeftijd met roodachtig haar en fletsblauwe ogen.
Halverwege mijn  -bijzonder lekkere-   appelbol verschijnt er iemand bij haar tafel met een dienblad. Haar man of vriend waarschijnlijk, gezien de leeftijd
Hij zet het blad voor haar neer. Voor ieder een appelbol en chocolademelk met slagroom. Ziet er goed uit…
Het gekke is dat de vrouw niet eens reageert. Onbewogen kijkt ze toe terwijl de man de lekkernijen op tafel uitstalt. Geen “dank je” of “Ha,  lekker” . Helemaal niks.  Ze pakt een lepeltje en begint zwijgend de slagroom van haar chocolademelk af te lepelen.
De man ontdoet zich van jack en sjaal en drapeert alles over de rugleuning van een stoel.  De vrouw heeft  haar jas aangehouden en lepelt door.  Man gaat zitten, proeft van de appelbol. Vrouw doet eindelijk haar mond open: “Had je niet effe een mes mee kunnen brengen?”  De man mompelt iets terug en even gebeurt er niets. Hij zit verdorie net !  Voor de kassa had een lange rij gestaan en de bol koelt snel af. Hij roert nog eens in zijn drankje. Zij doet niets.. staart hem aan. Zuchtend staat hij op om het gewenste bestek te halen. Zwijgend overhandigt hij haar een mes. Zwijgend ploegen ze zich door hun appelbol en de chocolademelk heen.
De mijne is op en ik wilde naar huis. Met een grote vraag. Want het beeld van deze twee mensen, waar een grijze hopeloze wolk omheen lijkt te hangen, laat me niet los.
Je vraagt je af wat voor problemen deze mensen kunnen hebben. In het gunstigste geval hebben ze net een knallende ruzie achter de rug. Nou ja, dat komt dan wel weer goed, maar dan ga je niet even gezellig koffiedrinken lijkt mij…
Enfin, je komt er nooit achter, maar als je zó moet samenleven met de feestdagen in het verschiet kun je maar beter helemaal geen partner hebben denk ik dan..


Een reactie plaatsen

Curacao en Bonaire

Als kind woonde ik van 1949 tot 1953 op Bonaire. Daarna hebben we nog 6 jaar op Curaçao gewoond.

In recente reportages over de huidige ontwikkelingen op Curaçao (en dit geldt ook voor Bonaire)  wordt gesuggereerd dat de Nederlanders nu de baas spelen.

Hoezo “nu”?

In mijn jeugd waren de Nederlanders al de baas over de scholen, het ziekenhuis, de kerk, de politie, een supermarkt en een paar kleine Nederlandse bedrijfjes. Bonaire werd geregeerd door een Nederlandse gezaghebber en alle Nederlanders, ook diegenen die niet door hun functie in een machtspositie verkeerden, keken neer op de eilandbewoners.

Van sociale integratie was nauwelijks sprake.

Wij, als kinderen snapten daar niets van, we hadden in no time het Papiamento onder de knie en speelden gewoon met alle kinderen, ongeacht kleur, tot groot verdriet van sommige Nederlandse ouders.

De neerbuigende houding die toen al heerste naar de eilandbewoners toe is kennelijk niet veranderd. De xenofobische Nederlander met zijn betweterige, neerbuigende en autoritaire houding ziet het nog steeds als zijn missie de eilandbewoners te beschaven, op te voeden en te vertellen hoe ze land en leven moeten inrichten.

De Antillianen hadden en hebben echter altijd hun eigen normen en waarden gehad die toen én nu respect verdienen en voor ons zelfs een voorbeeld zouden moeten zijn.

De reportage van Holland.doc van 20 oktober j.l.  laat een beeld zien van winkelende (supermarkt) en feestende laag opgeleide, omhooggevallen en  ordinaire Nederlanders die tijdens hun feestjes en etentjes neerbuigende opmerkingen maken over de Antillianen, om maar niet te spreken over de platvloerse grapjes.

Onlangs waarschuwde de oud-politicus Jopie Abrahams in een open brief aan minister Donner voor het opkomen van latente gevoelens van “makamba-haat”.  Dit ging over Bonaire, maar hetzelfde geldt voor Curaçao en voor dit laatste eiland zijn deze gevoelens allang niet latent meer.

Ze hebben groot gelijk.

Soms schaam ik me ervoor Nederlander te zijn. Gelukkig wonen er op Curaçao ook nog  “normale” Nederlanders die wel geïntegreerd zijn en hard werken. Deze laten zich dan ook liever niet zien op dit soort feestjes