dollytill

Verleden en heden


Een reactie plaatsen

Nederland krijgt KLEUR

Je loopt een modezaak binnen en er is kleur..
Echte kleuren. Felle kleuren.. Niet te geloven !
Wat  is er gebeurd met de Nederlandse voorjaarstraditie van flauwe pasteltintjes en de zogenaamde “pittige” marinekleuren.
Maar deze kleuren.. ja hier word ik vrolijk van. Heerlijk.
Ik erger me al jaren aan de mode die ons hier min  of meer wordt opgedrongen en al  helemaal aan het kuddegedrag van ons, consumenten.
We hullen ons graag massaal in dezelfde kleurencombinaties  omdat de mode dat nu eenmaal voorschrijft.  Welke mode vraag ik me dan af. En wie schrijft dat voor ?  Nou, gewoon.. de Nederlandse mode natuurlijk. Mijn hoop is gevestigd op de nieuwste ontwikkeling in de Nederlandse modewereld: het maandblad Vogue heeft Nederland ontdekt (of  is het andersom ?).
Wat Vogue in Nederland ziet  is me nog niet helemaal duidelijk. We werden al overspoeld met internationale modebladen, maar Nederland hield zich onverstoorbaar aan de eigen ideeën. Misschien wel zijdelings geïnspireerd op een internationale modetrend, maar het meeste was toch, dacht men, voor de Nederlandse vrouw  too much. Wat een arrogantie !
Ik zie dan een beeld voor me van een groep mannen rond een vergadertafel die even beslissen wat DE Nederlandse vrouw zou willen dragen in het volgende seizoen.  Het zal wel anders gaan, maar goed, zo’n soort denkbeeld krijg je dan.
Aaf Brandt Corstius in haar column in de Volkskrant weet het prachtig te verwoorden en ik citeer: “ Alleen al het woordje ‘Nederland’ in de o van Vogue op de cover is onheilspellend. Nederland in combinatie met mode, echte mode, dure mode, lekkere decadente mode: het heeft iets vreemds. En nu weet ik wel dat Nederland op modegebied alleen maar wonderkinderen afscheidt, maar laten we wel wezen: geen glamour”. 
Je kon er donder op zeggen. Ieder voorjaar kwam de lentemode met outfits in pasteltinten. Bleke saaie kleurtjes die op de nog niet gebruinde huid allesbehalve schoonheidsverhogend werkten. En dan de marinemode niet te vergeten.  Ook elk jaar prijs.  Deze werd overigens aangeprezen als “pittig” of “kittig”. 
Vervolgens kwam de zomer: het ene jaar  liep iedereen in dezelfde gebloemde outfits, het volgend jaar was  de kleurentrend paars met lila, dan weer  turkoois met indigoblauw,  grijs met wit en ga zo maar door..
Elk jaar een nieuwe kleurencombinatie en iedereen trok het aan en deed braaf mee.
Ooit was er een zomer dat de trend voor heren- zomerbroeken bestond uit katoenen flodderbroeken met print. Herenbroeken. Het waren net trappelzakken. Zag er niet uit, maar  mannelijk Nederland droeg het wel. Lekker luchtig zeiden ze.  Nou, denk ik dan: trek  een leuke bermuda aan. Ik vind een paar gebruinde mannenbenen best wel sexy.
Die rage is ook allang weer voorbij. Gelukkig wel…
Een aantal jaren geleden kwam ik te werken op een kantoor bij een bedrijf in Hoofddorp. Er werkten zo’n tien vrouwen op kantoor en tot mijn grote verbazing waren ze allemaal in grijs met wit gekleed.  Ik dacht even dat ik bij de een of andere sekte was terechtgekomen, maar nee.. het was de trend van dat jaar. Grijs, wit en liefst nog met een capuchonnetje.
Toen mijn kinderen nog thuis woonden  gingen we vaak naar België  om kleding te kopen.  Liefst op een dag als tweede kerstdag  of tweede paasdag.  In Nederland zat iedereen nog de restanten van de kerst-  of paasdis te verwerken op deze extra “zondag” maar in België was en is het een gewone dag. De winkels waren open en  het barstte er dan van de Nederlanders.  Allemaal op zoek naar hetzelfde. Namelijk om iets te vinden wat in Nederland niet in de rekken hing. Iets vinden waarmee je je eigen smaak kon bevestigen en om te ontsnappen aan de eenheidskoek.
Hopelijk zijn we dit jaar eindelijk ontstegen aan dit absurde modegebruik.  Ik zie ineens een explosie van alle kleuren tegelijk. Lekker fel. Geweldig.. en wat een verademing na de saaie wintermode die we nu achter ons hebben. En aan die vreselijke,  op Kadaffi geïnspireerde, modetrend van de losse lap en flap, liefst nog gebreid ook. Wat een lompheid.. wat een chagrijnige tinten!
Nu maar hopen dat de kleurige trend zich ook voortzet in de komende najaars- en wintermode. We kunnen met z’n allen best wel een kleurtje gebruiken.
Leve het voorjaar !
 


Een reactie plaatsen

Schuifei

Zondagochtend traditie: een eitje bij het ontbijt.
We konden er ons de hele week op verheugen.
Tien kinderen tussen de 2 en 20 jaar plus onze ouders. Twaalf man aan tafel was gewoon.

Gebakken of gekookt: die keuzemogelijkheid hadden we wel maar niemand koos voor het gekookte ei, want dat “smeerde” niet lekker. Ze kwamen altijd groen en keihard uit de pan. “Het dooiertje is mals” riep mijn moeder dan nog geruststellend, maar geen mens trapte er in. Alleen mijn moeder zelf at een gekookt eitje. Voor de rest van de familie werd het dus een gebakken ei. Met ham of spek.

Van de oudere zussen werden er wekelijks twee aangewezen om te bakken terwijl de rest van de familie aan tafel zat te wachten. Elk met zijn of haar eigen wensen:  dubbel gebakken maar met dooier intact, spiegelei met dooier intact, met of  zonder ham/spek, geen aangebrande randjes en nooit, maar dan ook nóóit meer dan twee eieren in de koekenpan, want de eiwitten moesten over de gehele bodem uitgesmeerd kunnen worden. Anders kreeg je een te klein eitje. En dat betekende ruzie… Eeuwige, eindeloze ruzies en discussies over de kwaliteit, de omvang, de kleur, de temperatuur van dat stomme ei…

gebakkenei3_gr

In de keuken werd onder hoogspanning gewerkt..
Extra voorzichtigheid was geboden bij het bakken van het eitje van Pa.  Hij wilde niet met een ei op z’n bord wachten tot iedereen eindelijk voorzien was. Dus hij was het laatst aan de beurt en had de hele koekenpan voor zich alleen.
Bovendien moest het op een speciale manier gebakken worden: eerst ham/spek, dan het ei er voorzichtig op. En groot was de frustratie als van uitgerekend dát ei, de dooier brak. En pa kwaad natuurlijk. Voor hem was de zondag dan voorlopig verpest.
We schoven ons gebakken eitje over zoveel mogelijk boterhammen.  Schuifei eten… heerlijk ! De clou zat hem erin je ei, of een deel ervan, op een besmeerde boterham te leggen, even duwen en prikken op het eiwitgedeelte (zeer belangrijk!) en als je dan dacht dat er wel wat smaak op het brood was achtergebleven, sneed je wat eiwit op de boterham. De rest van het ei werd er weer naast gelegd.

Op die manier kon je minstens vijf sneden brood beleggen en de lekkerste waren natuurlijk die twee allerlaatste boterhammen. Het moment suprême, als je eindelijk het dooiertje kon lek prikken en het lobbige eigeel over je brood kon laten uitvloeien. Dat was waar je de hele maaltijd naartoe had gewerkt.. !
Ik denk hier nog vaak aan als ik een ei kook of bak en ja.. het is nog steeds een traktatie.