dollytill

Verleden en heden


Een reactie plaatsen

kerst blues

Sinterklaas is alweer vergeten. Nu de Kerst nog.
Ik kan maar geen verklaring vinden voor het feit dat ik deze feesten zo hartgrondig haat, maar dat doe ik dus. En niemand begrijpt het natuurlijk.

“Maar het is zo gezellig” roept 80 procent van de mensen die je spreekt, waarna je een uitgebreid verhaal krijgt over wat er gegeten gaat worden en hoe ze dat allemaal gaan aanpakken. “Ja, je moet wel hè” neuzelt de overige 20%. Van wie moet dat dan? vraag ik me af.
De tijdschriften roepen ons  vanaf de omslag toe dat het Grote Feestelijke Genieten is begonnen. De recepten met exotische en incourante vleessoorten vliegen je om de oren evenals must-do visgerechten, uitheems pluimvee, hertenbouten, wild zwijn op een bedje van pruimen of zoiets en dan natuurlijk ook  prachtige dessert-ideeën.

De T.V. haalt oude kerstfilms uit de kast en in de winkels kwelen kinderkoortjes dat Christus is geboren.
De jaar-in jaar-uit grijsgedraaide liedjes met lange bibberende uithalen klinken alsof ze met een draadje uit de kinderstrotjes worden getrokken.

Er moeten nog mensen zijn die mijn antipathie delen, maar die maken helaas geen deel uit van mijn kennissenkring, familie of buurtgenoten.
Dus met een mening als de mijne ben je in zo’n omgeving niet alleen een roepende in de woestijn maar ook nog een malloot.

Hele volksstammen liggen met elkaar in de clinch deze dagen. Alleen al over de vraag wie wat bij wie en waar viert.
Maar kerst moet gevierd worden. Hoe dan ook!
Het feit dat je massaal moet eten, drinken en vrolijk zijn omdat het zo gezellig is én omdat iedereen het doet, geeft mij meer de indruk dat we een kudde schapen zijn, geleefd en geleid door onze omgeving maar ook, en misschien wel in het bijzonder, door de commercie. We denken dat we aan een soort verplichting moeten voldoen.
Kerstkaarten sturen. Kerstkaarten ontvangen.
De mailbox van de computer braakt iedere dag lieve kerstgroeten en e-cards uit  en ik en stel het erg op prijs dat ik niet vergeten word, maar wat me tegen staat is het verplichte karakter van dit alles.
De enigen die hier echt blij van worden zijn de supermarkten, de postorderbedrijven, de post, de kaartenverkopers, de parfumerieën, de warenhuizen enz. enz. enz.
De rest van de mensen, die aanvankelijk vertelden “zo’n zin” te hebben in die knusse feestdagen, spreek je na 1 januari: de onvermijdelijke kater, kilo’s zwaarder en honderden euro’s lichter en met een beetje pech ook nog een burn out. Een echte. Gevolg van dagenlang kokkerellen.

En laten dat nu de eersten zijn die je komen vertellen dat ze blij zijn dat alles achter de rug is!

Vrede op Aarde en de beste wensen.
Of is het Vreten op Aarde ?

Eerst nog even Oud en Nieuw vieren en dan gaan we met z’n allen op dieet. dieet2

 


Een reactie plaatsen

BUS SEVENTY-THREE

Het is rond half elf in de avond, het waait hard en het regent. De lantaarnpalen op het verlaten parkeerterrein bewegen een beetje door de harde wind en het licht schijnt troebel door de regendruppels heen. Kortom een avond om snel naar huis te rennen. Ik ben net uit de trein gestapt.2014-10-24 21.47.24 In de omgeving van dit stationnetje is helemaal niets. Nada. Als je hier niet bekend bent kom je, zeker in het donker, nergens terecht. Er loopt een tweebaansweg langs het station maar als je die al zou willen oversteken eindig je in het struikgewas of in een greppel dus je moet via het fietspad een willekeurige richting uitlopen om uiteindelijk ergens te kunnen oversteken naar een woonwijk. Aanwijzingen voor de willekeurige bezoeker/toerist zijn er niet. Mijn auto staat eenzaam op het parkeerterrein en pas nadat ik gestart heb bedenk ik dat ik ben vergeten uit te checken. Motor uit. Terug naar de stempelautomaat.

Bus 73

Ineens zie ik iemand uit het donker opdoemen. Een man. Een grote tas in de ene hand en met de andere houdt hij een plastic zakje tegen zijn borst geklemd. Het is even schrikken.. dat wel. Hij stamelt iets maar ik versta er geen woord van. Dan komt het eruit: “bus seventy three ?” Hè? Bus 73? Er kómt hier helemaal geen bus. Maar er is wél een bushalte. Met een groot bord waarop aankomst- en vertrektijden staan vermeld.

De gemeente, of  de vervoersmaatschappij, heeft deze mensvriendelijke beslissing ooit genomen in een vlaag van verstandsverbijstering, veroorzaakt door blind enthousiasme over het feit dat er een nieuw “station” gebouwd werd, notabene op 2 km afstand van het vorige. Maar dat was “verouderd” en nu staat er een constructie die iets weg heeft van een kegelbaan, maar dan zonder de buitenmuren. Kortom een tochtige goot die weinig bescherming biedt tegen wind en regen.

En daar sta je dan: in the middle of nowhere bij Emmens trots: “Het Nieuwe Station Van Zuid”, op een lege parkeerplaats, in het donker en met een wildvreemde man. Zijn wanhoop, vermoeidheid en argwaan zijn bijna tastbaar. Ik kan zijn gezicht amper zien.

Op de vraag of hij Engels spreekt krijg ik alleen maar “ bus seventy-three” als antwoord. Ik doe nog een paar pogingen maar hij spreekt geen enkele, voor mij herkenbare taal. Uiteindelijk komt er een antwoord: “no English. Arabic.” Nee, Arabisch versta ik niet. Dit wordt moeilijk. 2014-10-24 21.50.59 (2) Samen lopen we naar die ene bushalte. Vaag herinner ik me nu ooit in een jubelend propaganda-artikel te hebben gelezen dat dit nieuwe station over een zogenaamde belbus-halte beschikt. Dus in plaats van een treintaxi krijg je nu een hele bus. Dan is dit die belbus-halte zeker?  Er staat nergens een telefoonnummer.

Volgende poging: “do you have an address? Where are you going?” Nu komt er een verfrommeld papiertje uit de plastic zak én een uitgeprinte reisplanner van de N.S. Hij moet in Emmen Zuid uitstappen en dan de reis vervolgen met bus 73. Hij strijkt het verfrommelde papiertje glad en laat me de tekst zien. Daar moet hij heen. De tekst is in Arabische letters. Dat schiet niet op. Hij leest voor wat er op staat :  Musselkanaal. Aha! Dit is Emmen Zuid. Musselkanaal ligt zo’n 30 km verderop in Groningen. Hij staat bij het verkeerde station.

Ik laat hem in de auto stappen. Hij zit naast me met zijn hele hebben en houden op schoot, het plastic zakje tegen zijn borst geklemd. De wanhoop hangt als een donkere wolk om hem heen. En misschien ook angst? Ik rij met hem naar het station in het Centrum en ja hoor, daar hebben we een busstation waar ook bus 73 een vertrekplaats heeft.

Hij haalt hoorbaar opgelucht adem als ik aanwijs waar hij moet zijn, stapt uit, maakt minstens tien buigingen en ik zie hem naar de aangewezen plek lopen.

Onderweg naar huis zit ik me op te winden. Ik stel me voor hoe het moet zijn als je in een vreemd land, waar je niemand verstaat en niets begrijpt in een trein wordt gezet zonder te weten waar je heen gaat. Ik weet niet waar hij op de trein is gestapt of gezet, maar aangezien hij een treinkaartje en een uitgeprinte reisplanner had, moet hij door een Nederlandse organisatie zijn geholpen. Dus waarom geef je zo’n man niet een duidelijk, in het Nederlands geschreven briefje mee waarmee hij uit de voeten kan. Waarin staat hoe hij heet, waar hij naartoe moet en dat hij de taal niet spreekt. Zeker in deze tijd. Een buitenlander wordt al gauw voor terrorist aangezien.

En hoe lang heeft hij hier al op de bus staan wachten? Heeft hij andere mensen proberen te benaderen? Zijn die gillend weggevlucht? Emmen is geen metropool. Maar er zijn wel twee stations en dat staat vrij duidelijk aangegeven op de N.S. website.

De betreffende hulporganisatie zou misschien even verder moeten kijken op welk station zo iemand moet uitstappen om de gewenste bus te kunnen pakken, zeker als de persoon naar het een of andere godvergeten gat wordt gestuurd. Thuis heb ik het voor de zekerheid nog even nagekeken. Er is een Asielzoekers Centrum in Musselkanaal en bus 73 stopt daar.

Gelukkig..


3 reacties

Kleinkind

Telefoon: Het is mijn jongste dochter. Ze belt nooit. We whatsappen. Of  we Skypen. Als ze ineens belt via een normale telefoon is er wat  aan  de hand.

“Hoi Mam, daar ben ik weer even. Ik moet je wat vertellen.”

Dat klinkt  alsof er iets mis is en ik schiet meteen in de stress.

“Wat is er gebeurd? Is alles goed met je?”

“Nou eh, heu, tja, ik ben zwanger. Net gehoord. Bijna 3 maanden .”

“WAT? Hoe kan dat nou?”  Domme reactie, inderdaad, maar je verwacht een onheilsbericht en dan hoor je dit !

Ik heb twee dochters, geen kleinkinderen en beide dochters wonen ze in het buitenland.  Er was geen prangende kinderwens, maar mocht het gebeuren dan zouden ze er blij mee zijn.

Deze dochter woont in Panama.

We hebben bijna dagelijks contact, maar toch ..

Na de eerste schok, schrik, verwarring  en blijdschap verwerkt te hebben komen de vragen: hoe moet dat nu, wat ga je doen, kom je hier naartoe, blijf je daar voor de bevalling, wat, hoe, wanneer, waar ??

De maanden die volgen zijn spannend. De zwangerschap verloopt zonder problemen en dochter vindt alles leuk en interessant. Ze struint het internet af voor informatie over alles wat er met moeder en kind gebeurt tijdens deze periode. Aan mijn kant van de wereld doe ik net zo hard mee en ik vraag me af waarom wij die informatie vroeger niet hadden. Je kocht een boekje in de trant van : “Wat te verwachten tijdens zwangerschap” en van de verloskundige kreeg je een brochure. Dat was het wel zo’n beetje. En dan wist je nog niks.

Ik krijg ineens grote behoefte ” iets te doen.” Mijn oude naaimachine wordt uitgegraven en afgestoft. Hij doet het nog ! Maar zoekend op internet naar dingen voor de babykamer sla ik op hol. Wat een leuke ideeën ! Geen idee dat dat allemaal bestond en je plukt het zo van het internet. Het resulteert in een luiertas en een opberg-ding voor aan het bedje. Leuk werk.

Als de stofjes worden gekocht heb ik even een probleem. Dochterlief heeft er voor gekozen geen pret-echo te laten maken. Ze wil niet weten of het een jongen of een meisje gaat worden. Het moet een verrassing blijven. Geen roze en lichtblauw dus.

Ik betrap mezelf erop dat ik in kinderwagens loop te gluren en inschattingen probeer te maken van hoe mijn kleinkind eruit komt te zien.

Omdat ik er toch graag bij wil zijn in de laatste periode rond de geboorte, spreken we af dat ik eind februari naar Panama kom. Ze is rond 15 maart uitgerekend en dat geeft ons nog mooi twee weken tijd. Ze wacht wel met de laatste voorbereidingen zegt ze. Na de geboorte blijf ik nog twee maanden. Of haar vriend dat leuk vindt weet ik niet, maar dat kan me niet schelen. (Lieve jongen hoor, maar je weet maar nooit).

Twee dagen voor mijn vertrek belt ze. En ja, als ze opbelt is er  iets aan de hand. “Mam, ik had vandaag controle en ze willen me morgen opnemen om de geboorte in te leiden, het gaat niet goed met de baby”.

Ach nee, laat het niet waar zijn.  Bijna drie weken voor de uitgerekende datum.  De zwangerschap ging vast veel te voorspoedig.. Dat was misschien niet de bedoeling?

Ik kan niet meer normaal denken en ik kan ook niets doen en het enige is: afwachten.

Na een spannende dag, vol whatsapp berichtjes naar de a.s. vader die niet antwoordt,  is daar eindelijk  het verlossende bericht en hij is duidelijk totaal in de bonen: “het is een kind ! Alles is goed gegaan maar ze hebben een  keizersnee moeten doen.”

Huh? Een kind? Ja lijkt me logisch. maar WAT? Jongen of meisje? Is het gezond, hoeveel weegt het, hoe gaat het heten, op wie lijkt het?

De antwoorden komen gelukkig vrij snel daarna. En de eerste foto. Geweldig! Het is een jongen, hij weegt bijna 6 pond en ze noemen hem Francis, vernoemd naar zijn beide opa’s. En na een paar dagen couveuse mag hij met zijn moeder naar huis. 2014 March 1 (12)

Het is een uiterst vreemde gewaarwording alsnog oma te worden. Ik kon me er niets bij voorstellen. Vriendinnen of familieleden die enthousiast hun aanstaande omaschap aankondigden vond ik altijd zwaar overdrijven. “Mens doe éven normaal zeg”, dacht ik dan, “stel je niet aan”.

Ik heb mijn mening moeten bijstellen

.


1 reactie

Dikke Mercedes

Image

We moeten nog wachten tot na 5 december om de zwartepieten hysterie te laten wegebben en dan moet er een ander onderwerp worden gevonden waar we diep-analyserende, pseudowetenschappelijke prietpraat over kunnen verkondigen.

Ook de media zullen niet achterblijven. Pauw en Witteman gaan weer keuvelen met deskundigen en De Wereld draait Door zal ook wel een blik wetenschappers willen openen. Tenslotte moeten we ergens over kunnen zeuren. In ons binnenland gebeuren genoeg ernstige zaken die onze volle aandacht behoeven. Wat er verder in de wereld speelt is niet belangrijk genoeg om je over op te winden.

Volgens sommige mensen.

Het volgende prangende onderwerp in onze eigen soapserie heet ” Nederland op z’n smalst” en het gaat over de verkopers van de Daklozenkrant.

Vanaf ongeveer half november zie je ze  weer: mensen die bij supermarkten en in winkelcentra staan en de Daklozenkrant proberen te verkopen. Ik weet niet hoe het er in andere steden aan toe gaat maar hier, en ik zeg niet waar, worden ze genegeerd. Staat er zo’n man of vrouw te kleumen, gewikkeld in sjaals en doeken en in een veel te dun winterjack en we lopen ze fluitend voorbij met onze volgeladen kar.  Ze zijn onzichtbaar. We zijn plotseling blind. En doof.  Er staat er hier een  die altijd vrolijk goedemorgen/middag roept, een hardnekkige optimist, en die wordt niet gehoord. Stel je voor.. zo eng. En dan zo’n buitenlander. Altijd handig als je ze niet verstaat.

Kortgeleden was ik even in het centrum van de stad. Bij V&D op de hoek staat zo’n vrouw van zeker 60 plus met haar pakje kranten. Ze ziet blauw van de kou. Wiebelend van het ene been op het andere, haar voeten steken in sandalen. Haar  voeten en enkels zijn opgezwollen en blauw wat duidelijk te zien is door haar pluizige pantykousjes. De wind is gemeen koud en het miezert ook nog. Wie weet hoe lang ze daar al staat. Geen hond die haar opmerkt. Of wil zien..

Ik hoef geen krant maar een Euro kan er altijd wel af. De gebreide handschoenen die ze draagt zijn transparant van ouderdom en slijtage.  Zo krijg je nooit warme handen natuurlijk.

Een paar uur later kom ik weer langs.  Staat ze er nóg !  Op dezelfde hoek. Vlak tegenover haar plek is een M&S winkel waar rekken buiten staan met truien en vesten. Twee vrouwen staan er in te graaien. Ik hoor de een tegen de ander zeggen: “pas op je tas hoor, kijk eens achter je.”  Ze knikt richting Daklozenkrant-dame.

Ik kan mijn mond niet houden natuurlijk en vraag of ze vaak bestolen zijn door Daklozenkrantverkopers? “Nou,” zegt de jongste, “zal ik  es wat vertellen: straks komt  er een dikke Mercedes en die haalt al die lui op. Het is een Maffia. Heb ik met eigen oren gehoord hoor. Echt !”

Aha.. weer wat geleerd. Voortaan toch eens op alle dikke Mercedessen letten. Die zitten vast vol met geld-tellende daklozen.

Voorlopig geef ik de vrouw demonstratief nog maar wat geld.

Hopelijk om een paar warme handschoenen te kunnen kopen.

Het commentaar van de dames op de achtergrond kan ik  niet verstaan.


4 reacties

Kerstkoor

SONY DSC

Er werd gevraagd of ik mee wilde naar een uitvoering van een Koor.  “A Festival of nine lessons and Carols”.

Ach waarom niet. In Nederland ben ik in geen jaren naar een kerk geweest, laat staan om naar kerstliederen te luisteren. Het het leek me wel wat.

Aanvang om 20.00 uur. We moesten er op tijd heen zei mijn vriendin want vorig jaar moest er lang in de rij gewacht worden. Oké. Om kwart voor zeven  de deur uit.  We waren de eersten. Veel  te vroeg. Kleumend voor de gesloten kerkdeur zagen we de rij langer worden en eindelijk ging de poort open. Hoera. Binnen was het warm.

Wachtend op de dingen die komen gingen haalde ik mijn mobieltje uit mijn tas.  “Hier mag je geen telefoon gebruiken” siste de dame naast me. Ja dat wist ik ook wel.  “Ik zet alleen maar het geluid uit” siste ik terug.
We sisten glimlachend dus we bleven in de kerstsfeer.

Het was een gemengd koor en ze zagen er prachtig uit. De liederen werden afgewisseld met een stukje uit de Bijbel. Zowel de choreografie als de organisatie waren indrukwekkend.
Wat konden die mensen zingen, wat een enthousiasme, wat een discipline en wat een geluid. Na ieder muziekstuk had ik de neiging te gaan staan en uitzinnig te applaudisseren maar dat mag kennelijk niet. Ik begon me te ergeren aan al die strakke gezichten, die grauwheid, dat koude en dat stille.

Na het laatste lied, de finale, die explosief was, dacht ik eindelijk te mogen applaudisseren. Lang en hard.

Het was prachtig geweest. Deze mensen moeten maanden geoefend hebben op dit concert.  Maar het bleef stil. De koorleden verdwenen, de orgelmuziek sloot zachtjes af en toen klonk er eindelijk een beleefd applausje maar de zangers waren al weg. De toehoorders schuifelden wat heen en weer op hun stoel, zochten jas en tas bij elkaar en liepen de deur uit.

Niet te geloven.

We stonden weer op straat.

Koud.

Met  het gevoel van een feest te zijn weggelopen zonder de gastheer/vrouw te bedanken.
Ik ben niet op de hoogte van de etiquette bij of na het beluisteren/deelnemen aan een concert met kerstzang. Maar ik vond dit wel een bijzonder koude bedoening.


Een reactie plaatsen

Voorgesneden groente

Mijn tante Fientje was een vreemde eend in de familiebijt. Eigenlijk was ze een nicht van mijn vader en, zoals mijn moeder dat uitdrukte: een ouwe vrijster die als  een van de dochters van een kinderrijke familie was  “overgeschoten”. Gelukkig voor haar ouders, want die heeft ze tot hun dood thuis verzorgd en verpleegd.

Na de dood van haar ouders bleef tante Fientje alleen achter en wij kinderen kwamen er graag. Het was een fantastisch mens. Opgeruimd, hartelijk en er stond altijd wel iets lekkers klaar. Ze maakte macaroni als geen ander.

Ik heb het hier over de jaren 60. Macaroni  was sowieso al een exotisch product in die jaren, maar bij ons thuis was het op zaterdagen vaste prik. Mijn moeder kon goed koken maar de zaterdagen waren meestal de dagen dat er “gemakkelijk” werd gegeten. We waren met tien kinderen thuis dus het moest iets zijn wat lekker vulde en snel klaar was. Een flinke pan gekookte macaroni, zo’n vierkant blik lunchworst, een blik tomatenpuree. Alles door elkaar roeren. Bingo. Italiaans eten ! Soms aten we zaterdags bami. Zelfde recept. Alleen de tomatenpuree werd vervangen door  ketjap.

Bij tante Fientje smaakte het echter helemaal anders. De macaroni werd sowieso al niet tot prut gedegradeerd ze deed er ook een gefruit uitje door en érg lekker vlees.  Veel lekkerder dan thuis vonden we.  Tot de dag dat ze ons toevertrouwde dat ze bij de slager om een portie “hondenvlees” vroeg.

Maar ze had geen hond !

Ze gebruikte het voor de macaroni. Hondenvlees van de slager bestond uit restjes ham,  kontjes worst, losse stukjes en resten van vleeswaren.  Mijn familie sprak er schande van. Het werd een anekdote op verjaardagen en familiebijeenkomsten. Ha, ha, tante Fientje eet hondenvoer…!

Ik ben lange tijd Nederland uit geweest. Wie schetst mijn verbazing toen ik bij terugkeer ontdekte dat het hondenvoer van de slager inmiddels was opgewaardeerd tot macaroni-, nasi- of bamivlees. Ook de groenteman zag het gat in de markt. Verlepte kroppen e.d. werden ontdaan van lelijk blad en voorgesneden, waarna het vervolgens, nasi-, bami- of macaronipakket ging heten.. Eetbare afval en een winstmarge van 100% . Inmiddels wordt  voorgesneden groente  overal verkocht en  het is een doodnormaal artikel geworden. De grote supermarktketens hebben zelfs speciale bedrijven waar ze de groentes laten wassen, snijden en verpakken.

Voorgesneden groente is zeker 50% duurder maar  het levert tijdsbesparing op.Verse, thuis gesneden groente smaakt  lekkerder. Ik vraag me ook af hoe het zit met het vitaminebestand als gesneden groente dagenlang kwijnend in z’n plastic zakje ligt te wachten op een koper. Maar oké,  het is verdomd handig als je eens geen tijd hebt.


Een reactie plaatsen

Belangstelling

Er zijn mensen die graag over zichzelf praten.  Daar is niets mis mee. Maar een lang verhaal over steeds weer hetzelfde onderwerp of onbenullige gebeurtenis, gaat op  een gegeven moment de toehoorder vervelen.

Luisteren doen ze niet. Ze houden een monoloog. En  elk nieuw onderwerp wordt terstond op henzelf geprojecteerd.  “Jantje is met zijn fiets gevallen” (ik noem maar wat).  Er wordt dan niet gevraagd hoe het met Jantje is afgelopen, nee, je mag blij zijn dat je die ene zin hebt mogen afmaken want  er wordt meteen gereageerd met een verhaal over hoe erg zij ooit met hun fiets zijn gevallen. Doodvermoeiend vind ik dat.. en zo frustrerend.

Ik heb het nu over een hoogbejaarde kennis en ja, haar wereld wordt alsmaar kleiner.

Wat echter niets met leeftijd te maken heeft en me de laatste tijd veel opvalt op verjaardagen, bij vrienden en familie, op TV en de radio : iedereen práát maar door.  Niemand laat de ander uitpraten. Iedereen valt iedereen in de rede. Alles kwaakt en schreeuwt door elkaar heen.

En niemand luistert. En van die mensen is er geen een  hoogbejaard of dement.

Ik bedoel maar..

We luisteren allemaal vol belangstelling naar ons zelf.

En dan heb ik het nog niet gehad over brieven of e-mails.  Die worden niet meer gelezen. Of half gelezen.  Of  slecht geïnterpreteerd.  De meesten komen niet verder dan de eerste regel en dus  probeer ik  e-mails te  beperken tot eenregelige boodschappen.

En dan  nóg krijg je vaak antwoorden waarvan je denkt : “ Hè ? dat had ik toch helemaal niet geschreven’’ ?   Weken geleden stuur ik een korte mail met een vrij belangrijke boodschap aan een goede vriendin.

Als antwoord krijg ik een verhaal over de parkieten in de tuin van haar dochter en de  postzegelverzameling van haar moeder. Maar een reactie op mijn  berichtje? Ho maar.

Heeft ze  de inhoud van het bericht nou wel of niet gelezen vraag ik me af.  Geen idee.

Waar komt dit ineens vandaan ?