dollytill

Verleden en heden


4 reacties

Kerstkoor

SONY DSC

Er werd gevraagd of ik mee wilde naar een uitvoering van een Koor.  “A Festival of nine lessons and Carols”.

Ach waarom niet. In Nederland ben ik in geen jaren naar een kerk geweest, laat staan om naar kerstliederen te luisteren. Het het leek me wel wat.

Aanvang om 20.00 uur. We moesten er op tijd heen zei mijn vriendin want vorig jaar moest er lang in de rij gewacht worden. Oké. Om kwart voor zeven  de deur uit.  We waren de eersten. Veel  te vroeg. Kleumend voor de gesloten kerkdeur zagen we de rij langer worden en eindelijk ging de poort open. Hoera. Binnen was het warm.

Wachtend op de dingen die komen gingen haalde ik mijn mobieltje uit mijn tas.  “Hier mag je geen telefoon gebruiken” siste de dame naast me. Ja dat wist ik ook wel.  “Ik zet alleen maar het geluid uit” siste ik terug.
We sisten glimlachend dus we bleven in de kerstsfeer.

Het was een gemengd koor en ze zagen er prachtig uit. De liederen werden afgewisseld met een stukje uit de Bijbel. Zowel de choreografie als de organisatie waren indrukwekkend.
Wat konden die mensen zingen, wat een enthousiasme, wat een discipline en wat een geluid. Na ieder muziekstuk had ik de neiging te gaan staan en uitzinnig te applaudisseren maar dat mag kennelijk niet. Ik begon me te ergeren aan al die strakke gezichten, die grauwheid, dat koude en dat stille.

Na het laatste lied, de finale, die explosief was, dacht ik eindelijk te mogen applaudisseren. Lang en hard.

Het was prachtig geweest. Deze mensen moeten maanden geoefend hebben op dit concert.  Maar het bleef stil. De koorleden verdwenen, de orgelmuziek sloot zachtjes af en toen klonk er eindelijk een beleefd applausje maar de zangers waren al weg. De toehoorders schuifelden wat heen en weer op hun stoel, zochten jas en tas bij elkaar en liepen de deur uit.

Niet te geloven.

We stonden weer op straat.

Koud.

Met  het gevoel van een feest te zijn weggelopen zonder de gastheer/vrouw te bedanken.
Ik ben niet op de hoogte van de etiquette bij of na het beluisteren/deelnemen aan een concert met kerstzang. Maar ik vond dit wel een bijzonder koude bedoening.


Een reactie plaatsen

Voorgesneden groente

Mijn tante Fientje was een vreemde eend in de familiebijt. Eigenlijk was ze een nicht van mijn vader en, zoals mijn moeder dat uitdrukte: een ouwe vrijster die als  een van de dochters van een kinderrijke familie was  “overgeschoten”. Gelukkig voor haar ouders, want die heeft ze tot hun dood thuis verzorgd en verpleegd.

Na de dood van haar ouders bleef tante Fientje alleen achter en wij kinderen kwamen er graag. Het was een fantastisch mens. Opgeruimd, hartelijk en er stond altijd wel iets lekkers klaar. Ze maakte macaroni als geen ander.

Ik heb het hier over de jaren 60. Macaroni  was sowieso al een exotisch product in die jaren, maar bij ons thuis was het op zaterdagen vaste prik. Mijn moeder kon goed koken maar de zaterdagen waren meestal de dagen dat er “gemakkelijk” werd gegeten. We waren met tien kinderen thuis dus het moest iets zijn wat lekker vulde en snel klaar was. Een flinke pan gekookte macaroni, zo’n vierkant blik lunchworst, een blik tomatenpuree. Alles door elkaar roeren. Bingo. Italiaans eten ! Soms aten we zaterdags bami. Zelfde recept. Alleen de tomatenpuree werd vervangen door  ketjap.

Bij tante Fientje smaakte het echter helemaal anders. De macaroni werd sowieso al niet tot prut gedegradeerd ze deed er ook een gefruit uitje door en érg lekker vlees.  Veel lekkerder dan thuis vonden we.  Tot de dag dat ze ons toevertrouwde dat ze bij de slager om een portie “hondenvlees” vroeg.

Maar ze had geen hond !

Ze gebruikte het voor de macaroni. Hondenvlees van de slager bestond uit restjes ham,  kontjes worst, losse stukjes en resten van vleeswaren.  Mijn familie sprak er schande van. Het werd een anekdote op verjaardagen en familiebijeenkomsten. Ha, ha, tante Fientje eet hondenvoer…!

Ik ben lange tijd Nederland uit geweest. Wie schetst mijn verbazing toen ik bij terugkeer ontdekte dat het hondenvoer van de slager inmiddels was opgewaardeerd tot macaroni-, nasi- of bamivlees. Ook de groenteman zag het gat in de markt. Verlepte kroppen e.d. werden ontdaan van lelijk blad en voorgesneden, waarna het vervolgens, nasi-, bami- of macaronipakket ging heten.. Eetbare afval en een winstmarge van 100% . Inmiddels wordt  voorgesneden groente  overal verkocht en  het is een doodnormaal artikel geworden. De grote supermarktketens hebben zelfs speciale bedrijven waar ze de groentes laten wassen, snijden en verpakken.

Voorgesneden groente is zeker 50% duurder maar  het levert tijdsbesparing op.Verse, thuis gesneden groente smaakt  lekkerder. Ik vraag me ook af hoe het zit met het vitaminebestand als gesneden groente dagenlang kwijnend in z’n plastic zakje ligt te wachten op een koper. Maar oké,  het is verdomd handig als je eens geen tijd hebt.


Een reactie plaatsen

Belangstelling

Er zijn mensen die graag over zichzelf praten.  Daar is niets mis mee. Maar een lang verhaal over steeds weer hetzelfde onderwerp of onbenullige gebeurtenis, gaat op  een gegeven moment de toehoorder vervelen.

Luisteren doen ze niet. Ze houden een monoloog. En  elk nieuw onderwerp wordt terstond op henzelf geprojecteerd.  “Jantje is met zijn fiets gevallen” (ik noem maar wat).  Er wordt dan niet gevraagd hoe het met Jantje is afgelopen, nee, je mag blij zijn dat je die ene zin hebt mogen afmaken want  er wordt meteen gereageerd met een verhaal over hoe erg zij ooit met hun fiets zijn gevallen. Doodvermoeiend vind ik dat.. en zo frustrerend.

Ik heb het nu over een hoogbejaarde kennis en ja, haar wereld wordt alsmaar kleiner.

Wat echter niets met leeftijd te maken heeft en me de laatste tijd veel opvalt op verjaardagen, bij vrienden en familie, op TV en de radio : iedereen práát maar door.  Niemand laat de ander uitpraten. Iedereen valt iedereen in de rede. Alles kwaakt en schreeuwt door elkaar heen.

En niemand luistert. En van die mensen is er geen een  hoogbejaard of dement.

Ik bedoel maar..

We luisteren allemaal vol belangstelling naar ons zelf.

En dan heb ik het nog niet gehad over brieven of e-mails.  Die worden niet meer gelezen. Of half gelezen.  Of  slecht geïnterpreteerd.  De meesten komen niet verder dan de eerste regel en dus  probeer ik  e-mails te  beperken tot eenregelige boodschappen.

En dan  nóg krijg je vaak antwoorden waarvan je denkt : “ Hè ? dat had ik toch helemaal niet geschreven’’ ?   Weken geleden stuur ik een korte mail met een vrij belangrijke boodschap aan een goede vriendin.

Als antwoord krijg ik een verhaal over de parkieten in de tuin van haar dochter en de  postzegelverzameling van haar moeder. Maar een reactie op mijn  berichtje? Ho maar.

Heeft ze  de inhoud van het bericht nou wel of niet gelezen vraag ik me af.  Geen idee.

Waar komt dit ineens vandaan ?


4 reacties

Oorlog 1940 – 1945. De Joodse onderduikers

Mijn ouders hadden een bakkerij en we hadden 4 Joodse mensen in huis,  2 echtparen, die op zolder, in een kamer achter de meelopslag waren ondergedoken. Beide echtparen hadden een dochtertje, ongeveer van mijn leeftijd:  Reny en Treesje.  Deze twee  kinderen waren op andere adressen ondergebracht.

Ik hoef geen moeite te doen bepaalde herinneringen naar boven te halen. Er zijn flarden die als stukjes film  door je hoofd schieten en nooit zijn vergeten:

  • ’s Avonds als de winkel dicht is en de gordijnen gesloten komen “ooms en tantes” naar beneden en zitten gezellig met mijn moeder rond de kachel. Ik zit bij iemand op schoot.. De tantes en mijn moeder zitten te naaien of te breien. Van oude kleding wordt nieuw gemaakt.
  • Op zulke avonden moet ik ook vaak helpen met  “wol ophouden”.  Oude truien worden uitgehaald en met de wol daarvan worden nieuwe truitjes en vestjes gebreid. Voor Reny en Treesje, de kinderen van de ooms en tantes, maar en ook voor mij.
  • De ooms en tantes wonen op zolder  maar we noemen het Den Haag.
  • Ik mag overdag naar de zolder bij de tantes en ooms spelen en ze lezen me voor. De boeken/spelletjesvoorraad is echter zeer  beperkt en ik kan de tekst van een van de boekjes woord voor woord opdreunen.
  • Mijn ouders laten me vrij om naar de zolder te gaan, maar er wordt me op het hart gedrukt dat ik nooit tegen iemand moest zeggen dat daar ooms en tantes wonen.
  • En als er iemand vraagt of er familie of kennissen  bij ons in huis wonen ? Nee, niet in huis.  Huis is beneden. Ze wonen in den Haag.  De zolder heet Den Haag voor mij.  Vrij simpel: je bent beneden (huiskamer), boven (slaapkamer)  of in Den Haag (zolder) maar geen mens die naar Den Haag vraagt.
  • Er is vaak een gevoel van spanning en onrust in huis. De grote mensen doen zenuwachtig en er wordt gepraat over bommen, Duitsers, honger en mensen die dood zijn gegaan.
  • Soms mag ik met iemand mee om Reny of Treesje te gaan opzoeken. Die wonen ergens anders en dan gaan we met de trein of met de tram.  Met wie ik daarheen ging weet ik niet.
  • De oma’s komen vaak langs, vooral oma T.    De winkel is achter de huiskamer. Als de winkelbel gaat moet mijn moeder een klant gaan helpen.  Ik blijf dan achter met de oma. Van oma T. krijg ik wel eens een Mariakaakje . Heeft ze  voor me gekocht. Of misschien geruild voor iets anders. Wie weet. Maar het is een absolute traktatie !
  • Zo zit ik een keer in de huiskamer met opa T. als het buiten ineens begint te loeien.  Luchtalarm !  Opa zegt dat we nu onder de tafel moeten gaan zitten. Als het dak dan naar beneden komt worden we beschermd door de tafel. Wel spannend, maar ook eng. Terwijl we onder de tafel wachten tot het luchtalarm is gestopt legt hij uit dat je ook op de WC redelijk veilig bent bij een bombardement.  Dat doen we de volgende keer dan maar belooft hij.
  • Mijn vader komt me  wekken en vertelt dat er een verrassing is.  Het is 30 december 1942 en ik heb een zusje gekregen. Mijn moeder ligt op bed en er staat een wieg met een baby erin.  Er is ook een mevrouw met een wit schort aan.  Ik moet zuster tegen haar zeggen. Als de zuster even naar de keuken is en ik door de slaapkamer van mijn ouders dwaal, zie ik een bruin flesje staan. Ha .. limonade. Ik zet het aan mijn mond en neem een paar slokjes maar het is vies.. paniek.. Blijkt het lysol te zijn…  Mijn moeder begint te gillen, vader komt uit de bakkerij stormen,  gooit me in de bakfiets en brengt me naar het ziekenhuis om mijn maag leeg te laten pompen.
  • Tussen de keuken en de bakkerij ligt een binnenplaatsje.  Midden op het plaatsje is een soort (af)wasplaats. Er is in ieder geval een kraan en een soort  wasbak. Natuurlijk ga ik kijken als ik daar rare geluiden vandaan hoor komen.   Er staat een man  bij de wasbak over te geven en hij zit onder het bloed.  Mijn vader geeft hem een handdoek aan. Mijn moeder zegt dat de meneer ziek is en trekt me weg.
  • Er wordt vaak gesproken over de bestelling van het weeshuis. Die moet ’s avonds worden bezorgd bij het kinderhuis aan de Kinderhuissingel in Haarlem.  Er is me al veel verteld over al die kindertjes die daar zitten en die geen papa en mama meer hebben. Ik mag dus een keer mee. Spannend..! Het is al donker als we weggaan en ik ga mee in de bakfiets. De broodbakfiets bestaat uit 2 compartimenten. In de ene zit ik en in de andere ligt het brood voor het weeshuis. Deksel dicht en ik zit opgesloten. Ik heb wel meer in de bakfiets gezeten dus dat vind ik niet eng.   Als het deksel weer opengaat zijn we op de binnenplaats van het weeshuis.  Ik loop met iemand mee die me de speelzaal gaat laten zien.  Er zitten hier heel veel kinderen en wat is het koud hier.
  • Er is een jongetje en die zit helemaal alleen op de grond.  Midden in die enorme grijze, grauwe, koude ruimte…. Ik kan mijn ogen niet van hem af houden. Hij lijkt zo zielig en ik durf niets te zeggen. Alles is daar grijs en grauw. De begeleidster staat fluisterend iets tegen mijn vader te vertellen. Ik wil naar huis. Brullend word ik afgevoerd.
  • Op de terugweg horen ik ineens iemand “HALT “ roepen.  Mannenstemmen. Mijn vader die lachend iets terugzegt.  Nog wat gepraat en geschreeuw… en dan gaat het deksel van de bakfiets ineens open en zie ik drie kerels op me neerkijken. Soldaten.. Duitsers.. ja nu ben ik bang. Ik ben nog steeds verdrietig over dat weeshuis. Mijn vader tilt me uit de bakfiets en de mannen beginnen te lachen. Ik mag er weer in. We gaan naar huis. Thuis vertelt mijn vader ons dat hij gezegd heeft dat hij vlees vervoerde. En wat een geluk dat het brood al afgeleverd was.  Toen zagen ze mij eruit komen… Vonden ze komisch.. Ik snap er geen bal van maar ik vond mijn vader een held.
  • Midden op de dag is er ineens een hoop herrie, geschreeuw en geknal op de hoek van de straat. Ik loop de winkel in om te gaan kijken want door het glas van de winkeldeur kun je precies op de hoek van de straat kijken. Er wordt geroepen dat er iemand is doodgeschoten. Ook zijn er soldaten maar die lopen al weg, Er ligt een bloedende man op de grond. Mijn opa komt de bakkerij uit rennen en trekt me bij de deur weg.
  • Mijn vader of moeder komen me altijd uit bed halen. Maar vandaag is er niemand. Dus ik klim eruit en ga naar beneden, naar de slaapkamer van mijn ouders.  Het is buiten al licht maar in huis is het stil en de gordijnen zijn nog dicht.  Als ik de slaapkamer binnenkom zie ik mijn moeder op bed liggen. Ze huilt. Ze vertelt dat de Duitse soldaten de ooms en tantes die nacht hebben meegenomen. En papa ook.   Ik huil ook en ben bang. Ineens ben ik bang voor alles. De sirenes, de dreiging, de soldaten, het luchtalarm, de bommen en de vaak overvliegende vliegtuigen.  Tot nu toe had ik het allemaal wel eng gevonden maar voelde me beschermd. Nu word ik geconfronteerd met de werkelijkheid die tot vandaag zorgvuldig voor me werd afgeschermd.
  • De ooms en tantes zijn al een paar weken weg en mijn vader ook.
  • Mijn moeder huilt vaak. Er wordt nu openlijk in mijn bijzijn gesproken over de zoektocht die zij en andere mensen ondernemen om te weten te komen waar mijn vader is heengebracht. Mijn moeder vertelt opa iets over Amersfoort waar ze kleding voor mijn vader gaat brengen. Ik ben blij dat mijn moeder mijn vader kan opzoeken en hoop dat ze hem mee naar huis brengt.  Op mijn vraag wanneer de ooms en tantes terugkomen is geen antwoord.  Niemand weet het.
  • Later wordt mijn vader overgeplaatst. Ergens ver weg. En mijn moeder kan geen kleren meer brengen.
  • Op een avond, ik lig al op bed,  word ik wakker omdat ik nodig moet plassen en ook van het geluid van harde stemmen. Ik  ga mijn bed uit en loop de trap af naar beneden. Halverwege stop ik want onderaan de trap  staan soldaten met mijn moeder en opa te praten. Ze praten erg hard.  Een van hen krijgt mij in de gaten en zegt iets tegen mijn moeder. Ze kijken nu allemaal naar boven en ik weet niet of ik nou zal doorlopen, teruggaan  of stil blijven staan. Ik loop toch maar verder. Een paar treetjes lager. Ineens richt een van hen een pistool op me. Hij schreeuwt iets. En het volgende moment herinner ik me de veilige armen van opa. Hij houdt me vast en schreeuwt terug. Vuile schoft.. durf je wel tegen een klein kind !  Ze druipen af.  Niet alleen mijn vader is een held. Ook mijn opa !
  • Ik ga naar de Theresia (kleuter) school op de Kleine Houtweg in Haarlem. Naarmate ik langer op school zit zijn er steeds minder kinderen. Sommige klasgenootjes  komen ineens niet meer  en ik hoor van kinderen die bij hen in de buurt wonen dat Jantje of Marietje van school af is  want hij/zij heeft geen warme kleding, geen schoenen of is ziek.  De  kachel  op school is uit en het is erg koud. Er zijn geen kolen.
  • Soms gaat er een kind dood. Zelfs dat wordt gewoon. Dan komt de begrafenisstoet langs de school. Zo’n kar met het kistje  erop en daarover een zwart laken. De kar wordt getrokken door een paard met zo’n  zwart ding over zijn rug. Alle klasgenootjes van het overleden kind moeten naar buiten en we worden langs de stoeprand opgesteld. Hou de lantaarnpaal in de gaten zegt de non die onze klas leidt. Jullie moeten precies in lijn blijven met de lantaarnpaal. Geen uitsteeksels, handen of voeten. We zijn allemaal zo mager dat dát niet zo’n grote opgave is en met handen en voeten zwaaien bij een begrafenisstoet doe je sowieso niet.
  • Kinderen uit andere klassen  zijn ook dood.  Niet bij iedereen moeten we langs de stoeprand achter de lantaarnpaal. Alleen als het een klasgenoot betreft en soms komt er  helemaal  geen begrafenisstoet langs. Die ouders hebben geen geld voor die kar met dat paard. Andere kinderen zijn gewoon  “weg”. Joodse kinderen misschien. Ik weet het niet.
  • Op een dag huilt mijn moeder weer. Maar ze lacht ook. Opa huilt ook. Ik snap er niets van. De dokter is net geweest en die heeft iets leuks verteld. Dan zegt mijn moeder dat papa gauw weer thuiskomt. Hij is gevlucht uit het kamp waar hij was. Maar ik mag het tegen niemand zeggen.
  • Mijn vader is terug en ziet er aller-vreemdst uit. Hij is heel dun en draagt een bril en een hoedje. Maar hij is het wel. We lachen en huilen en ik mag nog steeds niemand vertellen dat hij thuis is.
  • Er breekt nu een periode aan dat mijn vader thuis is maar hij moet erg oppassen en ik ben bang. Iedere keer als hij de straat opgaat met die bril en dat hoedje ben ik bang dat de Duitsers hem toch zullen herkennen en hem weer meenemen.
  • Er wordt veel gepraat over vrede en bevrijding en dat de  Duitsers de oorlog misschien toch niet gaan winnen.
  • Het is 5 mei 1945 en ik ben net 5 jaar geworden.  We horen buiten mensen schreeuwen en juichen.  Opa loopt de huiskamer binnen en roept:   “We zijn bevrijd ! Er is vrede!! ”. Hij huilt. Iedereen huilt. Op straat wordt ook gehuild, gelachen, geschreeuwd en met vlaggen gezwaaid. Mensen omhelzen elkaar en roepen “Vrede… vrede.. ze zijn verjaagd”!
  • De oorlog is voorbij.  De enige vraag die bij ons blijft hangen: zijn de ooms en tantes ook in veiligheid ? En Reny en Treesje ? Waar zouden ze zijn ?  We hopen ze binnenkort weer terug te zien.

De gruwelijke waarheid kenden we toen nog niet.


Een reactie plaatsen

De Joodse kinderen

TREESJE EN RENY

Jaren later vertelt mijn vader me dat hij, na de arrestatie, samen met  onze onderduikers naar IJmuiden werd gebracht, waar een soort gevangenis of opvangplaats was. Daar werden ze met z’n allen opgesloten in afwachting van verder transport.  De vreselijkste taferelen speelden zich daar af.

De meest hartverscheurende ervaring die hij daar meemaakte was,  dat op een gegeven moment de kinderen van onze gasten, Treesje van 7 jaar en Reny van 3, werden binnengebracht.  Natuurlijk waren ze blij elkaar weer te zien, maar het enige sprankje hoop dat ze nog hadden: dat hun kinderen nog in veiligheid waren, vervloog hiermee.

Mijn vader heeft het hier vaak over gehad. Het weerzien van deze mensen, hun vertwijfeling, hun verdriet, hun angst..   Het is met geen pen te beschrijven…  Vrouwen en kinderen werden van de mannen gescheiden en in aparte cellen geplaatst.  De volgende dag werd hij, met nog een grote groep andere mensen, op transport gezet naar de gevangenis in Amsterdam. Hij heeft ze nooit meer gezien…

Ook hoorden we veel later hoe het gegaan was met hun kinderen:

Treesje,  het 7-jarige meisje dat ondergedoken zat in Amsterdam, werd samen met haar pleegvader de heer Rozijn meegenomen en ook naar IJmuiden gestuurd waar ze haar ouders weer zag.

De kleine Reny van 3 jaar was ondergedoken bij  de familie X in Beilen (Drenthe). Deze mensen hadden  zelf ook een baby, een jongetje en hadden Reny als eigen dochter in laten schrijven.

Op een dag kwam er een politieagent (een goede) aan de deur met de waarschuwing dat ze hun Joodse kind maar beter naar een ander onderduikadres konden brengen. De heer X vond dit onzin, beweerde dat het zijn eigen dochter was en daarmee was de kous af. Maar de volgende dag stond de politieagent weer op de stoep.

“Ik zou maar maken dat het kind weggaat, er gaan geruchten op het bureau dat ze Joodse is, wat goed aan haar te zien is”.  X besloot zelf naar het politiebureau te stappen, met een legitimatie, waaruit moest blijken dat het kind als zijn dochter was ingeschreven, maar het enige wat ze tegen hem zeiden was: “zorg dat ze morgen om 8 uur klaar staat, dan komen we haar halen”.

En wat deed van de heer X:  hij haalde vrouw en eigen baby thuis af en liet het driejarige meisje alleen in huis achter.  De volgende ochtend is ze opgepakt en om het nog schrijnender te maken, kreeg de kleuter een bordje om haar nek met de woorden “naar IJmuiden” .  En zo werd ze moederziel alleen op de trein gezet.

De familie X verklaarde later, na de oorlog, dat ze bang waren geworden.

Voor de rest van de oorlog hebben ze ondergedoken gezeten bij hun ouders.

De Joodse families, zowel de ouders als de kinderen Treesje en Reny, zijn nooit teruggekomen.

 

 


Een reactie plaatsen

SPORT OF SHOW ?

download

Naast mij aan het tafeltje van het restaurant strijken twee middelbare dames neer.

De ene draagt een strakke oranje broek om haar meer dan forse heupen en daaronder een paar halfhoge laarsjes. Wat ze verder aanheeft ontgaat me maar ik krijg door deze aanblik  een visioen van winterpenen. Enorme winterpenen. Jammer dat haar laarsjes niet groen zijn.  Dat had het beeld pas compleet gemaakt..

Mijn voornemen om vanavond hutspot te maken laat ik varen.

Haar vriendin heeft ook zo’n broek aan, maar dan in het knalgroen en beiden dragen ze – eveneens naar de laatste mode –brillen, voorzien van een zeer streng donker montuur.  Even denk ik met een tweeling te doen te hebben maar uit hun gesprek maak ik op dat dat niet het geval is.

Het is niet mijn intentie om te horen wat ze zeggen maar gezien hun stemvolume is  de conversatie bedoeld voor het voltallige restaurant.

Galf

En ze hebben het over galfen.

Bekommerd vraag ik me af wat dat kan zijn. Ik zit nog met die winterpenen in mijn hoofd en denk dat het misschien iets met groenten te maken heeft. Een exotisch  recept misschien ?

Ze hebben het over kriens en ties en klaps.

Ah… Golf ? Tees, greens, clubs ? Mijn God hoe bestaat het.

Ik kan het gesprek nu volgen.Dat is het…  GOLF !

Ooit speelde ik golf in een tropisch land, gekleed in  bermuda, T-shirt en teenslippers en mijn medespelers idem dito.

Je liep 9 holes in de brandende zon en je droeg meestal je eigen golfclubs, tenzij er in de Caddie- shack iemand te vinden was die mee wilde lopen en dan meteen fungeerde als medespeler en vaak ook nog als instructeur.

Deze caddies waren meestal jongens uit de buurt die graag en paar centen bijverdienden en ook nog fantastische golfers bleken te zijn.

Van hen heb ik nog veel kunnen leren.

Maar voor het zover was had ik les nodig en dus meldde ik me op een zaterdagmorgen, samen met een multiculturele verzameling collega’s: de Canadese Barbara,  Britse Joyce en Franse Michelle voor de eerste officiële les bij de Golfclub.

Onze instructeur was Pepe. Een oudere man die duidelijk z’n sporen op de golfbaan had verdiend, gezien de medailles en de trofeeën  die, op zijn naam,  in  de vitrine van het clubhuis te zien waren.  Mede daarom én het feit dat hij Engels sprak zorgden ervoor dat hij nu op z’n oude dag buitenlanders mocht trainen in het golf-gebeuren.

Hij zag er niet uit… Ondanks het feit dat hij een beschermend strooien hoedje droeg was zijn gezicht altijd vuurrood en vellerig,  zoals je rug eruit kan zien na een behoorlijke zonnebrand.

Hij liep op afgetrapte sandalen, die net zo afbladderden als zijn gezichtshuid,  zijn T-shirt was hier en daar opgelapt en zijn broek was bijna doorzichtig rond de knieën.

We waren van tevoren gewaarschuwd want hij had, volgens mijn Britse vrienden een “temper”.  Een rothumeur dus.

En inderdaad. Elke verkeerde slag die we maakten, elke imperfectie in houding  veroorzaakte donder en  bliksem in de vorm van een stortvloed Spaanse woorden, onmiddellijk daarna gevolgd door “ excuse me”.

Gevolg was dat we soms met knikkende knieën ons best stonden te doen en kennelijk zorgde dat nou net voor de goede houding, althans voor wat de knieën betrof.  “LEGS, LEGS.. ARMS, ARMS” ..  ik hoor het hem nog schreeuwen. Maar als we dan eindelijk met de juiste houding en een perfecte swing een bal konden wegslaan zónder een begeleidende aardkluit,  kon hij razend enthousiast, tot tranen toe geroerd reageren. Alleen daarom al bleven we zijn lessen volgen.

Uiteindelijk hebben het allemaal geleerd. Er kwamen geen brevetten, diploma’s en oorkondes aan te pas en tot ieders grote vreugde konden we nu een aardig partijtje golf spelen.

Niemand had speciale golfschoenen en gympies  waren te warm en zweterig.  Je kon wel golfschoenen in het buitenland bestellen maar dat duurde een eeuwigheid en diegenen die wel golfschoenen hadden wisten niet hoe snel ze ze uit moesten gooien. Te heet..

We speelden gewoon op flip flops. De swingkwaliteit werd er niet door beïnvloed, maar je had na negen holes wel vuile voeten.

Pepe kwamen we nog regelmatig tegen en als we hem niet zagen konden we hem wel ergens tekeer horen gaan tegen een sidderende aspirant golfer.

Begin jaren tachtig keerde ik terug naar Nederland. Ondanks het feit dat golf in sommige kringen wel bekend was (ik las dat de eerste golfclub in Nederland in 1893 werd geopend)  wisten de meeste mensen niet beter of golf had iets te maken met de zee. Of met de Volkswagen.

Van lieverlee echter begon de sport meer bekendheid te krijgen en in de buurt waar ik woonde werd in de jaren negentig  waarachtig een golfbaan aangelegd.

Ruim een jaar na de officiële opening bedacht ik dat het wel leuk kon zijn weer te gaan golfen dus ik ging een kijkje nemen om me eventueel aan te melden.. en ik schrok me rot.

In de outfits waar ze in liepen zou ik nog niet dood gevonden willen worden en de kouwe kak was ook niet van de lucht.  Verder snapte ik niet helemaal waar de bewegingsdynamiek van de sport was gebleven aangezien bijna niemand z’n eigen clubs droeg en daarbij de afstanden te voet aflegde.  Iedereen gebruikte trolleys of golf buggy’s en sommigen tuften met golf carts over de golfbanen: uitstappen, balletje slaan, verder tuffen.  Hoezo sport ?

Een jaarabonnement was belachelijk duur. Ik had mijn spullen niet meegebracht naar Holland, dus dat betekende alles nieuw kopen.

Ik heb voor de eer bedankt.

Dit speelde zich af begin jaren negentig, oké, tijd geleden en misschien zijn er dingen veranderd en verbeterd maar dat geldt niet voor de arrogantie van de gemiddelde Nederlandse golfer die er van overtuigd lijkt te zijn de golfsport te hebben uitgevonden.

In Amerika heb ik gegolfd met mensen die gewoon deden en afgezien van het feit dat ze ook daar in golf carts rondtuffen  en soms geruite broeken/rokken dragen hebben ze kennelijk minder behoefte om zich te profileren.

En ja, ik  snap ook wel dat  comfortabel te sporten bepaalde kledij vereist. Maar dit is show.

Waarom doen Nederlanders dat dan vraag ik me af.1058419-Royalty-Free-Vector-Clip-Art-Illustration-Of-A-Cartoon-Woman-Swinging-A-Golf-Club-003

Onzekerheid ? Zich willen bewijzen ?

De galf-dames aan het aangrenzende tafeltje hebben inmiddels hun volume een tandje hoger gezet en kijken om zich heen op zoek naar bewonderend publiek.

Niemand reageert.


3 reacties

HOERA! U HEEFT GEWONNEN !!

  winnaar

 De buurvrouw krijgt een brief waarin ze wordt uitgenodigd voor een gratis dagje uit.

Alles is gratis: het vervoer per luxe tourbus, het verblijf op de  (verrassings-) bestemming, ontbijt en  lunch plus een voedselpakket met een gewicht van 10 kg en een bezoek aan een hortus.  Ook kan ze nog  tweeduizend euro dokken als ze bij aankomst even de uitnodiging met haar naam erop laat zien.

Heb je de kleine lettertjes wel gelezen?  wordt haar gevraagd. Jawel, die heeft ze gelezen. Alleen bij de 2000 euro staat een sterretje en een, in nóg kleinere lettertjes, een vage tekst over krasloten. “Afijn” zegt mijn buurvrouw “vooruit maar”.. Mijn buurvrouw lardeert haar eigen teksten met deze stopwoordjes. Haar man heeft er geen zin in. Hij is al vaker mee geweest. Allemaal propaganda waarbij je van alles wordt  aangesmeerd.  Maar ja, dat dagje uit, vindt de buurvrouw,  is toch wel aantrekkelijk en spannend.  En ook dat voedselpakket. En vooral die zeer mysterieuze bestemming.  Of ik dan zin heb om mee te gaan ? Ach waarom niet.  Ik wil dat ook wel eens meemaken. En zodoende staan we die ochtend in mei om 06.45 uur  in een druilerig regentje op een verlaten parkeerplaats op de bus te wachten.

De tourbus

Die arriveert redelijk op tijd.  We willen aan de voorkant instappen maar halverwege de lengte van de bus opent zich zuchtend en puffend een deur.  Achter de deur bevindt zich een smal trappetje van een tree of vijf. De buurvrouw, die nogal slecht ter been is, heeft er wat moeite mee, maar een chauffeur om even een kontje te geven laat zich niet zien of horen. “Afijn”, zucht buurvrouw “vooruit maar”. Tot onze verbazing zit het bijna vol. Voornamelijk ouderen: veel grijze gepermanente kapsels en keurige mantelpakjes.  Ik had eigenlijk verwacht dat dit een typisch vrouwenuitje zou worden maar er is ook een aantal heren aan boord.

Uit de speakers schallen  Duitse schlagers en aan het plafond hangen beeldschermen die de afspeellijst van de muziek weergeven.  Kennelijk koestert men de hoop dat de passagiers hiermee  worden opgevrolijkt  maar in ons geval heeft  de poging een averechts werking.  Mijn buurvrouw is half doof en de andere passagiers lijken er niet veel beter aan toe te zijn. Dus we lezen lip of we zwijgen. 

Het mag dan een grijze dag zijn maar  de natuur ligt er adembenemend bij:  frisgroen en schoongespoeld door de regen van de afgelopen nacht.   Vanaf de hoogte in zo’n bus ziet het er allemaal weer heel anders uit. De chauffeur laat zijn stem horen: “er is geen koffie aan boord  want de rit duurt maar 45 minuten. Verder is het toilet beneden, gelieve het licht uit te doen na gebruik. Plassen mag. Poepen niet. Moet u toch nodig dan maar even knijpen tot we er zijn. Dank U”.  Daarna stelt hij zich even voor waarna de muziek weer verder jodelt. Na een minuut of twintig stoppen we in een dorp bij een restaurant. Chauffeur: “het ontbijt staat klaar. Eerste kop koffie is gratis, de tweede moet u zelf betalen. Ik zie u later weer want dan gaan we ook nog naar een plantentuin”. “Leuk”,  zegt de buurvrouw “vooruit maar”.

De demonstratie.

We worden naar een mistroostig bruin/beige zaaltje geleid en mogen een tafeltje uitzoeken. We worden welkom geheten door een jongeman, die we Piet moeten noemen. Het ontbijt bestaat uit twee verlepte boterhammen. Ernaast ligt een doorschijnende plak ham,  een plakje kaas en een kuipje margarine. We zitten met een gezellig echtpaar aan de tafel maar ook hier kunnen we bijna geen woord  wisselen want vanuit de luidsprekers, die in de hoeken van het zaaltje zijn aangebracht,  brullen de smartlappen in golven over ons heen.  Even later schijnt er over geklaagd te zijn want de muziek wordt zachter gezet. Gelukkig.. In het midden van een geïmproviseerd podium staat een soort altaar.  Piet gaat ons reisjes aan de man brengen. Reizen binnen Europa, weekendtrips,  dagtrips, o.a. naar Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. En ja.. o jee.. ik begin te twijfelen. De prijzen zijn redelijk en de bestemmingen interessant. Zeker als je er gewoon eens een  dag drie tussenuit wil. Alles is inclusief logies en ontbijt. Klinkt leuk, maar het idee om urenlang in zo’n bus te moeten zitten met de muziekkeuze van de chauffeur… nee toch maar niet !

Piet kletst onafgebroken door over de voordelen van deze reizen en wijst herhaaldelijk op het  het feit dat we hier gratis zitten. Gratis ontbijt, gratis zaaltje, gratis bus, gratis voedselpakket van 10 kg en later gratis plantentuin. Dus wat willen we eigenlijk nog meer?  Ik weet niet of hij verwacht dat we hem nu gaan bedanken, maar zo klinkt het wel. “Afijn”,  zegt mijn buurvrouw “vooruit maar”.. .  Niet dat ze van plan is Piet te bedanken voor zijn genereuze aanbiedingen, maar ze gaat zo op in het verhaal dat ze ook bij zijn adempauzes even “vooruit maar” zegt. Als ik op mijn horloge kijk blijkt het pas 10 uur te zijn. Koffietijd. Ieder een kop slappe koffie a 1,50 geflankeerd door een zieltogend koekje en dan gaat de show weer verder. Het gaat nog even door over de reizen en vervolgens worden er gezondheidsproducten aan de man gebracht.

Vitaminesupplementen.

De schapenwollen dekens schijnen alom bekend te zijn, dus daar is hij kort over. Maar dan de vitaminesupplementen: een volle koffer voor een heel jaar. De prijs?  2700 euro..  “Vooruit maar” mompelt mijn buurvrouw, wat  een hoopvolle blik van Piet oplevert. Dan moeten we nog aanhoren dat dit een uitvinding is van een Zwitserse arts die met deze vitaminecombinatie in Amerika multimiljonair is geworden. De  Amerikanen hebben nu allemaal een grotere weerstand  dankzij deze supplementen. Want ja, ze hebben daar geen medische zorg, zegt Piet. Ze leven daar gewoon zonder dokters. Dankzij deze vitamines. Echt waar hoor ! Huh?

Om  12 uur kondigt Piet aan dat de lunch gaat bestaan uit gebakken vis met frites of een schnitzel met frites. En dit voor het luttele bedrag van € 12,50 p.p. Ik had begrepen dat we een gratis lunch zouden krijgen, een meeneem lunch, aldus de brochure, maar dat blijkt een misverstand. Nou ook goed, iedereen heeft inmiddels wel trek, dus even later zitten we allemaal aan de schnitzel. Ook hier gaat de muziek weer aan: de gebruikelijke smartlappen. Er valt weinig te praten.  We kunnen elkaar nauwelijks horen.

Na het eten wordt er nog wat gedemonstreerd, nog veel meer gepraat en de buurvrouw wordt benaderd of ze aan de actie wil deelnemen. Welke actie? Nou als ze een reis boekt of de laptop koopt dan mag ze  de supplementen voor 1650 euro hebben..  Als dát geen buitenkansje is ?! “Huh ? weljaaaa vooruit maar” zegt de buurvrouw.  Piet kijkt verheugd. “Echt waar” ?  Nee, dat bedoelt ze helemaal niet.  Helaas… jammer voor Piet, “Nou mij ’n zorg”, zegt Piet verbolgen. “Voor mij maakt het niks uit hoor. Ik ben jullie allemaal straks meteen vergeten. Morgen weer een nieuwe groep. De groeten” . Het voedselpakket van 10 kg bestaat uit een nest glazen schalen. Best wel handig. Een enorme zak Duitse lebkuchen met een ver in het verleden  liggende houdbaarheidsdatum,  een horloge en een zeer sterk riekende aftershave waarmee je ongetwijfeld  muggen en ander ongedierte kunt afschrikken deze  zomer. De € 2000 kun je winnen als je krasloten koopt.. Eindelijk is het afgelopen. Voor zover ik weet heeft niemand iets gekocht. Piet staat mokkend zijn papieren bij elkaar te zoeken en neemt nauwelijks afscheid. Bij de uitgang zie ik een aantal medepassagiers de zak lebkuchen tussen de plantenbakken wegmoffelen.  Ik volg hun voorbeeld. Kunnen ze ze morgen weer aan een andere groep uitdelen..

De Hortus

En nu dus naar die plantentuin. We zijn benieuwd.. Tien minuten later stopt de bus bij een filiaal van Intratuin. Verbazing alom. Plantentuin ? Ja, inderdaad,  daar is geen woord van gelogen. “Om 4 uur terug zijn” roept de chauffeur  “en wie dan niet bij de bus staat blijft hier.  Ik wacht op niemand”. “Vooruit maar”, zegt buurvrouw. Maar niemand heeft trek in een verplicht bezoek aan de Intratuin. We sloffen een uur rond, kopen niks en mogen eindelijk weer de bus in. Naar huis. Gelukkig. Wat een dag ! .