dollytill

Verleden en heden


Een reactie plaatsen

De twee zwervers van de Amsterdamse wallen

DE AMSTERDAMSE WALLEN.

Juni 2004.

Er zit een kat opgesloten in een appartement op de Wallen. De bewoner is met de noorderzon vertrokken. “Ondergedoken” zeggen ze in de kroeg. Ruzie gemaakt  met de verkeerde mensen.  De dames van de “ramen” beneden schuiven plakjes ham onder de deur door, maar het miauwen houdt niet op. Mijn dochter en haar vriend horen dit verhaal en als de politie uiteindelijk de deur openbreekt adopteren zij het katje. De dames van beneden weten te vertellen dat het een katertje is en Nelson heet. Hij is ongeveer twee maanden oud, helemaal zwart met uitzondering van een wit plekje in zijn halsje. Nelson gaat op kamers wonen bij mijn dochter en haar vriend. Ook hier is geen tuin of plekje om naar buiten te gaan maar er is wel een plat dak. Het is zomer. Nelson is speels en happy en hij klimt af en toe, net als zijn adoptieouders, via een laddertje het platte dak op.

Het huis staat in hartje Amsterdam; een oud grachtenhuis dat los van het buurhuis staat maar door verzakking enigszins tegen zijn buurman is gaan aanleunen. De baasjes hebben besloten dat Nelson een andere naam moet hebben en hij wordt omgedoopt tot Meneer Nilsson, naar het aapje van Pippi Langkous.

En dan is Meneer Nilsson opeens verdwenen. Via de voordeur kan hij niet ontsnapt zijn. Dat is uitgesloten.  Maar waar is hij dan?  Iedereen helpt zoeken. Geen Meneer Nilsson. Er  blijft  niets anders over dan te concluderen dat hij van het dak is gevallen. Maar niemand heeft een kat – dood of levend – op straat gezien. De spleet tussen de twee huizen wordt – voor zover dat mogelijk is – onderzocht door met zaklantaarns in de donkere diepte te schijnen. Niets te zien. Niets te horen. Waar is hij? Wat kan er gebeurd zijn? Leeft hij nog? De omgeving wordt volgeplakt met aanplakbiljetten en de foto van Meneer Nilsson. Hebt u hem gezien? Er gaan weken voorbij en er wordt regelmatig aangebeld. Aangezien je niet gauw drie trappen naar beneden rent om de deur open te maken, steek je je hoofd buiten het raam en het gebeurt zeker vier keer per week dat er iemand beneden staat en een zwarte kat omhoog houdt: “Is dit hem “? Bij nadere inspectie blijkt het Meneer Nilsson niet te zijn. De moedeloosheid slaat toe..

DE ZWARTE ZWERVER.

Opvallend is dat dezelfde zwarte kater intussen al zes keer is aangeboden. Wat moet je daar nou mee? Ook zielig, loopt dat beest nou nóg te zwerven? De kater wordt geadopteerd. Meneer Nilsson zal wel dood zijn. Of hopelijk een nieuw tehuis hebben. Er worden nieuwe pamfletten aangeplakt om erachter te komen wie deze nieuwe zwarte kater mist.BLACK CATS Niemand reageert.. De andere huisbewoners, waaronder twee Spaanse studentes, mogen een naam kiezen en de nieuwe kater wordt Pepe gedoopt.

Het leven neemt weer zijn normale gang en Pepe past zich prima aan. Dan loopt mijn dochters’ vriend op een dag van zijn werk naar huis en ontwaart een zielig, zwart-met- wit befje, broodmager katje. Nee hè? Dat kan Meneer Nilsson toch niet zijn? Of toch wel? Het is Meneer Nilsson. Een en al zieligheid. Hij heeft maanden rondgezworven en hij mist tanden, hij mist nagels, heeft een litteken op zijn kop en hij stinkt. Maar hij herkent zijn vroegere baasjes.

De kennismaking met Pepe verloopt niet echt soepel. De eerste nacht verandert het huis in een slagveld. De twee katten hebben ruzie en aangezien de meningen uiteen lopen over de vraag hoe de katten aan elkaar te laten wennen zijn de baasjes ook kwaad op elkaar. De volgende dag lijkt de rust langzaam weer te keren. De katten lopen nog een paar dagen met een bocht om elkaar heen en dan is het over.

Meneer Nilsson neemt het niet zo nauw met zijn persoonlijke hygiëne. Pepe houdt van proper dus likt hij Meneer Nilsson af en toe grondig schoon. Het lijkt erop dat de katten een soort deal hebben gesloten in de trant van: “Als jij mij schoon likt, doe ik het jatwerk.” Pepe is twee maal zo groot als Meneer Nilsson maar ook twee keer zo lui. Meneer Nilsson springt soepel op het aanrecht of in een openstaand keukenkastje, duwt doosjes kattensnoepjes of een pak theezakjes naar beneden en samen genieten ze van het resultaat.download Aan de zogenaamde “Goede nachtrust thee” schijnt een onweerstaanbaar geurtje te zitten. Het gebeurt regelmatig dat ’s morgens de twee met theeblaadjes bedekte daders worden aangetroffen tussen opengereten theezakjes, thee en kattensnoepjes omdat de baasjes weer eens verzuimd hebben de kastjes dicht te doen.

ONTSNAPPING.

Dochter en vriend krijgen vinden een nieuwe woning en dus moet er verhuisd worden. Het appartement op 5-hoog grenst aan een galerij. De katten glippen wel eens naar buiten maar zolang de toegangsdeur naar het trappenhuis gesloten blijft is er niets aan de hand. Totdat iemand de deur per ongeluk laat open staan. Tegen de tijd dat men dat in de gaten krijgt zijn beide katten natuurlijk allang vertrokken en aangezien er beneden een verhuizing gaande is,  staat de deur naar de straat ook open. Een van de verhuizers heeft een grote zwarte kat op de galerij van de eerste etage gezien. Daar vinden ze Pepe. Hij zit met zijn dikke kont vast in het traliewerk van het galerijhek.  Meneer Nilsson zit twee verdiepingen hoger op de trap. Die hoefde niet zo nodig naar buiten.

DE OPERATIE

Een hond of kat “helpen” heb ik altijd een idiote uitdrukking gevonden. Hoezo “helpen”. Met wat ? De slachtoffers zelf hebben hier waarschijnlijk andere ideeën over. Maar wie ben ik..? Het wordt hoog tijd. De vriend van mijn dochter vindt het maar niks (zóóó zielig !!) maar eens moet het gebeuren. Twee  ongecastreerde katers in een klein appartement is een drama en vooral meneer  Nilsson is de laatste tijd wel erg bezig met het afbakenen van zijn territorium. Er moet toch echt iets gedaan worden. Als vriend niet thuis is worden beide katten in een transportbox gezet. Zolang die box niet in een auto gaat vindt Nilsson het niet al te erg. Zo rijden ze gezellig met zijn drieën op de fiets naar de dierenarts. Als ze beiden onder narcose zijn gebracht blijkt Pepe al gecastreerd te zijn. Twee keer castreren lijkt de dierenarts een overbodige actie dus Pepe mag lekker doorslapen. Nilsson, nu geholpen, is een dagje chagrijnig en sloom maar na een paar dagen wordt zijn normale leven weer hervat.

Advertenties


Een reactie plaatsen

Kat en muis

Hij heeft het kinderlijkste en meest onschuldige smoeltje  van de twee en loopt meestal met een uitdrukking rond van “hé, ben ik nog lief “?  Hij lust geen kip, geen vis en geen vlees en houdt zich al z’n hele leven aan ingeblikt eten van  één bepaald merk.  Wel in gelei graag en geen paté of vlees in rare sausjes.
Probeer je eens iets anders en hij kijkt je aan van: “wat moet ik hier nou mee, je weet toch dat ik dit niet lust”?
Ik zit voor de TV en aan het geklepper van het kattenluikje te horen komt hij in ijltempo naar binnen. Klepper, klepper BENG..en vervolgens zie ik hem in volle vaart langs mijn benen schieten. Hij  heeft iets in zijn bek.
Nee hè ! Een muis ! Getver.. Arm muisje. Het beestje hangt spartelend tussen zijn kaken en nu deponeert hij het diertje op het tapijt. Gaat op zijn knietjes zitten en kijkt… Muis probeert te ontsnappen. Met één beweging haalt hij het muisje weer naar zich toe en gaat weer op zijn hurken zitten kijken. Leuk spelletje..
Ik zit inmiddels met opgetrokken benen op de bank en roep verwensingen, waarschuwingen en instructies die duidelijk nergens naar toe gaan want hij reageert niet en ik bedenk dat ik nu toch echt iets moet doen. Dit kan ik niet aanzien.
Zijn broer Pepe  komt even snuffelen, werpt een bekommerde blik op het hele gebeuren, maar  doet niks. Daar hoef ik dus ook geen hulp van te verwachten.
Ik sta moedig op en probeer de kat te grijpen. Mis.. hij pakt de muis op en rent richting kattenluik. BENG.. Die is weg. Ik ga er echt niet in het donker achteraan en maak mezelf wijs dat de muis nu vast wel in het struikgewas weet te ontsnappen. Ik ga weer op de bank zitten.
Klepper, klepper BENG. Kattenluik. Kat terug. Muis terug. Het drama herhaalt zich. Nu ben ik het zat. Ik slaag er in de kat in zijn nekvel te grijpen en sluit hem op in de keuken.
Ik moet nu alle moed verzamelen. Gewapend met een stuk keukenpapier wil ik de muis voorzichtig gaan oppakken die inmiddels wat groggy lijkt te zijn. Vergeet het maar. Muis vlucht weg. Onder de bank. Bank verschuiven. Muis verdwijnt nu onder een kastje. Kastje verplaatsen. Weg muis. Nadat ik samen met de muis zo ongeveer alle hoeken en gaten van de kamer heb gezien krijg ik het angstig bibberende beestje eindelijk te pakken. Voorzichtig zet ik hem buiten neer. In de voortuin. Tussen de struiken. Hij verdwijnt meteen. Geeft een goed gevoel. Ik heb een leven gered.
Kat mag weer uit zijn schuilplaats komen en ik krijg vernietigende blikken. Hij gaat op zoek. Alle hoeken en gaten worden gecheckt en vervolgens verdwijnt hij kwaad en  met opgeheven staart naar buiten. De achtertuin in. Die muis heb ik in de voortuin gezet dus die vindt hij voorlopig niet.
He, he. Nu maar een glaasje wijn om bij te komen.
Klepper, klepper, BENG. ??””@@##!!
WAT ? Nee hè !
Ik heb nu een déjà vu ervaring, echter  met dit verschil dat deze muis  grijs is in plaats van zwart.
Ik pak de kat weer bij z’n nekvel en aangezien hij de muis niet loslaat zet ik hem met muis en al buiten de deur en barricadeer ik het kattenluik. Zo, nu kan hij voorlopig niet naar binnen.
Zielig voor dit muisje.
Twee uur later ontgrendel ik het kattenluik en hij komt weer binnen.
Met dezelfde onverstoorbare en onschuldige uitdrukking op zijn smoelwerk als altijd.
Rotkat !